IPB

Welcome Guest ( Log In | Register )

23 Pages V  « < 19 20 21 22 23 >  
Reply to this topicStart new topic
> Futuroscoop, Saga 1 - De Goden
KaneLitle
post Jun 11 2009, 12:55 PM
Post #301


New blood


Group: Members
Posts: 6
Joined: 11-June 09
From: Holland
Member No.: 6,792



Hej

Ik volg futuroscoop al vanaf het begin, en ik vind het verweg de beste storyline die ik tot nu toe gelezen heb. (alhoewel last light ook dicht in de buurt komt.)
Echt een suppervet verhaal!

Wacht alweer een tijdje op het volgende hoofstuk wink.gif
Kan niet wachten om weer te lezen wink.gif

greetz


--------------------

Wonderfull collors, that is what i live for.
Go to the top of the page
 
+Quote Post
MaJu V.
post Jun 24 2009, 08:30 PM
Post #302


Pervert Mod
***

Group: Super mod
Posts: 2,153
Joined: 18-December 04
From: Vlaanderen
Member No.: 29



Dank je wel voor de commentaar. Zulke feedback doet deugd smile.gif

Het is inderdaad al een hele tijd geleden dat ik nog eens iets gepost heb in mijn fanfic... meestal omdat ik weinig tijd over heb na het werk en m'n hobby's. Vaak ook omdat ik al een tijdje sukkel met een writer's block. Ik heb m'n laatste hoofdstuk vaak voor m'n neus, maar verder dan een regeltje of twee of drie komt het niet echt.

Er zijn veel ideeën voor verder in het verhaal en nog HEEL veel verder... Maar wat er nu moet staan, komt niet. sad.gif

Maar soit, gedaan met zagen, hier is het volgende hoofdstuk

Futuroscoop - 168 - Marx' zegetocht

Op de beelden van het laatste scherm zitten Owan en zijn tegenstander tegenover elkaar. Owan’s tegenstander is het hele systeem uit de doeken aan het doen. De tegenstander in kwestie heeft kort, spitsig, zwart haar en bijna heel donkere ogen met een rode pupil. Hoewel de ogen vol duisternis zitten, geeft hij toch een vriendelijk en intelligent aura af. Owan profiteerde hiervan en liet hem zijn zegje doen. Diens naam is Intayo Gence.
Intayo: “Je moet weten dat dit nog maar de eerste van 5 cirkels zijn. De tweede cirkel bevat allerlei chimaera’s uit de Creator’s experimenten om een ultiem beest te creëren.”
Owan: “Chimaera’s, bij god. Wat voor soorten?”
Intayo: “Ik heb ze nog niet allemaal bekeken, maar ik weet bijvoorbeeld dat de chimaera’s die in de cellen zitten waar deze kamer naar toe leidt, gemaakt zijn van leeuwen, tijgers, panters en andere wilde katten. Soms zitten er roofvogels bij ook. Volgens wat ik hoorde, wou hij een echte griffioen maken.”
Owan is verbaasd van de situatie en walgt in zichzelf van het gene dat Intayo hem vertelt, maar hij doet alsof hij geïnteresseerd is. Dit zodat hij verder vertelt over wat hier nog allemaal is.
Owan: “Zeer interessant!”
Poder kijkt met gefronste wenkbrauwen en een ongeloofwaardige blik naar de situatie op het scherm voor zich.
Poder: “Dit… kan toch niet. Hij is alles aan het verklappen! Hij is niet eens aan het vechten! Raah!”
Maar voor Poder enige acties kan ondernemen gaat de recordsirene terug af.
Poder: “NOG een record?”
Poder kijkt rond op de schermen, maar merkt niet direct iets. Op de recordmonitor merkt hij echter iets op.
Poder: “Record verslagen chimaera? Wat in…?”
Hij drukt enkele toetscombinaties in. De schermen waar daarnet nog de gevechten van Marx, Steven, Lou, Anita en Vach-ne op te zien waren, flitsen van de kamers van de Uber Neo’s naar de cellen waar de Chimaera’s zitten. Poder concentreert zich op het scherm waarin onderaan in een commentaarveld “Cel C5” op staat. Daar ziet hij een chimaera die een combinatie is van een gigantische wesp en een adelaar op de grond vallen met een gebroken nek. Het beeld van de camera geeft enkel de chimaera weer. Na de chimaera gevallen is en het stof die de val opwekte weg is, wordt kolonel Marx weergegeven als de dader. Zijn blik is nog steeds neutraal, hoewel je nu kan opmerken dat hij deze chimaera’s walgelijk vindt. Poder bekijkt de zwarte man met een gevoel van onder de indruk te zijn.
Poder: “Die man…”
Kolonel Marx kijkt even rond en gaat door een bepaalde deur heen en volgt deze.
Poder: “Die doorgang… Naar waar leidt deze?”
Poder draait zijn stoel naar een bord waar een schema op staat van de hele doolhof. Poder volgt de weg die kolonel Marx reeds volgde en waar hij nu naar toe gaat.
Poder: “De gelukzak! Hij heeft net één van de weinige gangen gekozen die de derde cirkel over slaat. Maar dat leidt hem naar één van de Elites.”
Poder volgt het pad verder en komt bij een cirkeltje terecht waar ‘V’ op staat.
Poder: “Hmmm… wacht eens. Dat is de cel van Sinister V! Dit is niet goed. Hij mag niet met V vechten! Hij is de enige tegen wie de Sinister-V-strategie niet kan werken! Hij is zo goed als emotieloos!”
Poder schiet even in paniek in het denken over wat hij kan doen en bijt nerveus op de nagel van zijn linkerduim.
Poder kijkt op zijn horloge en zucht van opluchting.
Poder: “HIJ is tenminste al terug in zijn cel.”
Poder gaat deze kamer uit en gaat naar de ruimte ernaast, de controlekamer van de doolhof. Daar zijn ook enkele schermen, waarop de Neo’s aan de bedieningspanelen de gevechten aan het volgen zijn. Ze zijn blijkbaar ook weddenschappen aan het afsluiten over wie gaat winnen en wie gaat verliezen. Ze schrikken dan ook als hun grote leider deze ruimte binnen komt.
Poder: “Haal Sinister V uit het circuit! NU METEEN!”
De Neo’s kijken verbaasd, maar volgen zijn commando. Ze gebruiken allerlei knoppen en hendels om de cel van Sinister V omhoog te heffen.

Kolonel Marx wandelt door de gangen terwijl hij een luid gerommel hoort. Als hij plots aan de volgende deur komt, merkt hij dat de deur net omhoog gaat, samen met de hele kamer van toepassing.
Marx: “Wat is me dit? Een noodverhuis?”
Kolonel Marx glimlacht en kijkt de lucht in, waar hij een in een hoekje een kleine camera ontdekt die het hele gebeuren opneemt.
Marx: “Ben je bang aan het worden, Poder? Ben je al zo bang dat je jouw eigen mensen weg haalt voor mij?”
In de controlekamer knarst Poder kwaad op zijn tanden als hij dit hoort. Hij duwt een Neo die aan een micro zit uit de weg en activeert deze.
Poder: “Nee, mijn beste. Ik merk dat je een van de sterkste Aardbewoners bent. Ik wil je direct de grootste uitdaging geven! Als je deze man kan verslaan, geef ik mij over.”
In de doolhofgang hoort Sven het antwoord. Het laat hem glimlachen. Even later verschijnt er in de plaats van de deur met de kamer erachter, een doorgang.
Poder: “Neem deze gang en je komt in Kamer 1 terecht! De centrale doorgang naar het kasteel.”
Marx: “Dat is snel.”
Poder: “Je zal ook de enige zijn die dit voorrecht krijgt. Geloof me. De anderen gaan toch sneuvelen bij mijn chimaera’s.”
De kolonel gaat door de pas verschenen gang en blijft glimlachen.
Marx: “Het is duidelijk dat je ons onderschat, Poder. Mijn team gaat dwars door die monsters heen! Dat kan ik je beloven!”
Poder: “Je team, hé? Dat zijn die zes die snel door de eerste cirkel heen gingen, hé?”
De kolonel kijkt verbaasd op van het aantal, maar begrijpt al snel dat de zesde man Duchy moet zijn.

Poder geeft ondertussen teken naar de Neo’s dat ze hun schermen moeten overzetten naar deze van de gevechten met de chimaera’s. In het meest linkse scherm ziet ze net hoe een geroosterde chimaera (een combinatie van een haai met een arend) dood neervalt op de grond, met een licht gloeiende Lou die er naast staat als dader.
Poder: “Mijn chimaera C4! Oh, nee…”
Lou: “Geroosterde vis op 220°C. Enkel nog een sausje en een stukje lookbrood dat ontbreekt.”
De Neo’s aan de controlepanelen kijken verbaasd naar de situatie. Dan gaat hun blik naar het tweede scherm van links. Daar ligt de chimaera in kwestie (een combinatie van een leeuw met een beer) opengesperd en dood op de grond. De poten van het beest worden tegen de grond genageld met scalpels. In het midden is dokter Vach-ne met een geïnteresseerde blik het beest aan het open snijden.
Vach-ne: “Een combinatie van een leeuw & een beer! Hoe interessant! En de ingewanden zijn zo mooi geordend, alsof god het zelf zou gedaan hebben!”
Poder kijkt met een blik vol afschuw naar het bloederige tafereel.
Poder: “Die kerel is nog zieker dan ik! Mijn arme chimaera C11.”
Op het derde scherm is het gevecht tussen Anita en chimaera C19 net voorbij. De chimaera in kwestie is de combinatie van een mens met een paard. De chimaera-centaur is gestorven door een korte, krachtige stoot van wind tussen de ogen in. De klap kwam zo diep aan, dat het bloed en deeltjes van de hersenen naar buiten lijken te komen. De neus van het beest is compleet vernield en de ogen zien er ook al een bloederige massa uit. De nep-centaur ligt dood op de grond neer.
Anita: “Hmpf. Ik ben zijn merrie niet! Wat dacht hij wel?”
Poder: “Ah, komaan! Mijn C-Tau! Daar kroop weken werk in! Zo’n bloederige massa! Aaah…”
Een van de Neo’s aan de controlepanelen kijkt verbaasd naar de Neo rechts van hem.
Neo #1 (Egyptisch): “Waarom noemt hij C19 Cetouw?”
Neo #2 (Egyptisch): “C-Tau. Woordspeling op het woord centaur. Tau is de 19e letter van het alfabet.”
De eerste Neo kijkt met een verdwaasde blik naar de duidelijk getroffen Poder.
Neo #1 (fluistert Egyptisch): “Flauwe woordspeling, hoor.”
Neo #2 (fluistert Egyptisch): “Uhu… Maar niet te luid. De heer denkt dat het een goede mop was.”
Op het vierde scherm is Steven bezig met het verslaan van een chimaera tussen een gigantische rat en een uil. Deze is chimaera C9. Dit lukt hem maar moeizaam, maar na een tijdje kan hij het beest toch bewusteloos krijgen door het laatste water uit zijn drinkpul in diens longen te krijgen. Het beest valt neer en Steven zet zich even neer.
Steven: “Pfoe… Dit zal geen derde keer meer lukken.”
Steven draait de drinkpul om en merkt dat er nog slechts een paar druppels over blijven.
Steven: “Wat ga ik nu moeten uitvinden om mijn tegenstanders te verslaan?”
Steven blijft even zitten om uit te rusten en na te denken.

Poder kijkt naar de andere twee schermen en glimlacht. Daarna neemt hij terug contact op met kolonel Marx.
Poder: “Ik moet toegeven dat ik onder de indruk ben. Vier van je troepen hebben reeds een Chimaera verslagen.”
De kolonel kijkt verbaasd op naar de stem van Poder.
Marx: “Vier? Lou, Vach-ne en wie nog?”
Poder: “Ik ken hun namen niet. Maar ik kan je zeggen dat het je vuurjongen, de waterjongen, het windmeisje en de gestoorde dokter zijn!”
Marx: “De vuurjongen is Lou, de waterjongen is Steven en het windmeisje noemt Anita. En dokter Vach-ne is de gestoorde dokter, zoals jij hem noemt… En hij is blijkbaar zijn order vergeten. Zucht… Hij gaat het nooit afleren.”
De kolonel blijft even staan en schudt met zijn hoofd.
Poder: “Nooit afle….? JIJ MAG TOCH WEL JE SELECTIEPROCEDURES VOOR JE TROEPEN WAT AANPASSEN! DIE KEREL IS RONDUIT GESCHIFT!”
De kolonel blijft rustig bij de bewering van Poder en probeert de situatie uit te leggen.
Marx: “Hij is een voormalig huurmoordenaar van de geheime dienst. En ja, hij heeft wat psychische problemen. Maar zolang hij onder mijn commando gaat, heeft hij geen problemen.”
Poder: “Hij wordt een psychopaat van het moment hij iets interessants ziet!”
Marx: “Daar heb je zelf voor gezorgd met jouw bizarre creaties! En je noemt HEM geschift!”
Poder kijkt nog eens naar de camera feed van de cel waar dokter Asamnez bezig is en beschrijft wat hij ziet.
Poder: “Hij heeft mijn chimaera als een puzzel uit elkaar gehaald en probeert hem nu opnieuw samen te stellen! DAT IS GEWOON ZIEKELIJK!”
Marx: “Meh…”
De kolonel heft zijn schouders op in onverschilligheid en wandelt door. Poder wordt hierdoor lichtrood van woede. Maar hij kalmeert en denkt even na.
Poder (denkt): “Ricky heeft hem tips gegeven over hoe hij me over de rooie krijgt. Dit kan niet anders…”
De kolonel zit echter met zijn gedachten elders om veel aandacht te schenken aan Poder of Vach-ne’s kuren.
Marx (denkt): “Hij heeft het niet gehad over Atem of Duchy. Niet zo goed. Teken dat ze een waardige tegenstander hebben gevonden in die chimaera’s. Ik moet zorgen dat ik hier zo snel mogelijk uit raak.”
De kolonel komt uiteindelijk aan het einde van de gang in een grote hall met een teleportatiesysteem in het midden en drie andere doorgangen.
Marx: “Ik ben er.”
De kolonel stapt de ruimte in en wordt opgewacht door een gebronsde, gespierde, grote man met schouderlang, golvend, vettig, zwart haar en donkerbruine ogen. De man is 2 meter 47 centimeter groot en komt daarmee met kop en schouders boven de kolonel uit. Hij heeft een grote, duistere glimlach met lichtgele tanden waarvan een hoektand duidelijk ontbreekt. Het zwarte gat in de rechterbovenhoek van zijn mond is duidelijk zichtbaar door zijn brede grijns. De man heeft een ijzeren knots op zijn rechterschouder rusten, die hij laat steunen door zijn rechterhand. Zijn klederdracht is aangepast naar de klassieke Neo-Egyptenaren stijl, hoewel de grootste maten zelfs iets te klein lijken voor hem. De kolonel kijkt er echter maar met een neutrale blik naar de duidelijk struise man.
Marx: “Imposant, op zijn minst.”
De man lacht luidop en laat zijn knots op de grond botsen, terwijl hij hem vast houdt.
Ultima: “Min naam is Ultima! Ultima van di Ultrimaz!”
De kolonel voelt dat hij deze man niet in 1-2-3 zal kunnen verslaan, dus hij groet de reus vriendelijk terug, om hem verder te kunnen analyseren.
Marx: “Kolonel Sven Marx. Aangenaam.”
Ultima: “Ultima is di naam gegeven aan di sterkste man van di Ultrimaz! Ik, dus! Ben ji di sterkste van jiw planeet?”
De kolonel moet even moeite doen om het dialectisch taaltje van Ultima te verstaan, maar hij verstaat de bedoeling wel duidelijk.
Marx: “Ik ben de sterkste vertegenwoordiger van mijn planeet, ja.”
De reus kijkt redelijk verbaasd naar de kolonel, niet echt verstaand wat hij zegt.
Ultima: “Verte… geen moeilijke woorden gebruik’n, ‘ké? Ji bent di sterkste of nie’?”
De kolonel glimlacht naar de reus.
Marx: “Hier wel, en dat is alles dat telt, toch?”
Ultima buldert van het lachen en laat de hall mee daveren met hem.
Ultima: “Goed gesprok’n, kleine man! ‘K hou van ‘n uitdaging!”
Ultima glimlacht en de kolonel glimlacht terug. Maar hij schrikt op als hij voelt dat hij achteruit moet springen. En hij doet het maar net op tijd want de knots van Ultima wordt neergeknald op de plaats waar hij net stond. De kolonel slipt wat naar achteren, terwijl hij zijn evenwicht bewaart met zijn linkerhand.
Marx (denkt): “S… snel… Dat was net op tijd.”
De kolonel bekijkt Ultima, die blijven glimlachen is, alsof er niets gebeurd is. Zijn knots ligt op de grond, met zijn rechterhand nog steeds aan het uiteinde. Het leek alsof de knots op zijn eigen bewogen is.
Marx: “Ik merk dat ik me niet mag terughouden tegen jou. Je bent niet alleen sterk… Maar snel ook.”
Ultima: “Hoe laf! Was ji jizelf aan ’t terughoud’n?”
Ultima heft zijn knots terug op en kijkt geniepig naar de kolonel. Die stelt zich recht en activeert zijn klapzwaard met zijn linkerhand.
Ultima: “Laat mi duidelijk zin. Ond’rschat mi en ji sterft.”
Marx (denkt): “Hij heeft gelijk. Ik kan me niet permitteren om niet voluit te gaan.
De kolonel houdt zijn rechterhand omhoog en toont zijn pactring aan Ultima.
Marx (Latijn): “Oh, Mach’elus, heerser der elementen. Aanhoor mijn roep om kracht en toon je gelaat. Meester van aarde, vuur, wind en water! Ik roep u aan MACH’ELUS!”
De ring rond de vinger van de kolonel gloeit. Hierdoor verschijnt de geest Mach’Elus.
Ultima: “Een geest! Da’s net als Ra’s Solnates!”
Mach’Elus: “Ik voel me beroemd.”
Marx: “Geniet niet te veel van je eer! Val aan met je krachtigste aanval en laat niets van hem heel!”
Mach’Elus wil eerst commentaar geven aan de kolonel, maar als hij diens serieuze blik opmerkt, laat hij het van spreken en richt zich tot Ultima, terwijl hij zijn staf in de aanval houdt.
Mach’Elus: “Zoals je wenst!”
De energie van de kolonel en Mach’Elus vloeit rijkelijk over de twee heen, duidelijk weergevend dat ze alles geven dat ze in huis hebben.

Ondertussen, in kamer 116, heeft Ricky gedaan met eten en kijkt hij rond in welke richting hij nu het best gaat. Hij kiest echter opnieuw de verkeerde, zodat hij van kamer 116 naar 115 gaat, terug in de buitenring. Daar kijkt hem terug een verbaasde Neo aan. Deze noemt Lo’Zer Vermyn.
Ricky: “Nee… niets zeggen.”
Lo’Zer: “Eh? Nooit gedacht dat er daar iemand uit zou komen.”
Ricky: “Niets zeggen, zei ik.”
Lo’Zer: “Dit is kamer 115 op de buitenste ring.”
Ricky: “Niets zeggen, zei ik!”
Lo’Zer: “Lo’Zer is mijn…”
Ricky: “NOEM JE ME NU OOK AL EEN LOSER?! Dit ga ik je betaald zetten!”
Lo’Zer: “Eh?”
Lo’Zer verstaat niet dat Ricky zijn naam verkeerd heeft opgenomen en is dan ook verbaasd als Ricky kwaad voor hem staat. Hij beseft ook te laat als Ricky hem helemaal KO heeft geslagen, inclusief bloederig gezicht en blauwe ogen. Nauwelijks een minuut later is Ricky uitgeraasd en ligt Lo’Zer op de grond, met straaltjes bloed die op verschillende plaatsen van zijn gezicht druipen.
Ricky: “Verdomme toch! Ik had Abs mee moeten brengen!”
Ricky kijkt om zich heen met een kwade blik en wordt kwader met de minuut!”
Ricky: “RAAAAAAAAAH! Hoe kan het toch?!”
Ricky rent in een laatste wanhoopspoging in de richting van een deur en gaat er door. Maar ook daar zit terug een verbaasde Uber Neo. Diens naam is Wan’Deré Her.
Wan’Deré: “Uh… hoe…”
Ricky: “HET IS TOCH NIET WAAAAAAHAAAAAHAAAAAAAAAAAAAR!”
Ricky valt op zijn knieën in wanhoop, met het gevoel dat hij nooit van de buitenste ring gaat weg raken. Wan’Deré weet niet goed wat hij moet doen in deze situatie en kijkt als resultaat maar dwaas voor zich uit.
Wan’Deré: “Euh…”

Nu kolonel Marx bij Ultima is terecht gekomen, laat Poder de ruimte van de mysterieuze Sinister V terug zakken en gaat hij terug naar zijn privé-kamer met de beelden van alle gevechten. Het eerste dat hij opmerkt is Ricky die bij Wan’Deré zit. Het laat een symbolische zweetdruppel van zijn hoofd wegzakken.
Poder: “Ik wist dat hij slecht was in doolhof oefeningen… maar dit is ronduit zielig.”
Poder zet zich neer en besluit wijselijk om naar de andere gevechten te kijken.


Volgende keer: 169 - To be decided... (kzal zien hoe ver ik raak :S )


--------------------


Futuroscoop - 186 - Anita Vs De kerkerkoninging
Laatste update: 28 december 2012

Go to the top of the page
 
+Quote Post
Jack Master Flex
post Jul 1 2009, 08:13 AM
Post #303


Anime fan
*

Group: Advanced members
Posts: 567
Joined: 18-December 04
From: utrecht
Member No.: 53



na een lange tijd afwezig te zijn geweest. heb ik vernomen dat je maar 2 hoofdstukken geschreven hebt.
maar dat geeft niet.

vond de 2 die ik nog niet gelezen hebt erg boeiend.
hoop dat je de komende tijd wat meer inspiratie hebt.


--------------------


Jack Master Flex - One name. One legend.


VERVELING IS EEN KUNST
en ik ben de kunstenaar
Go to the top of the page
 
+Quote Post
KaneLitle
post Jul 2 2009, 02:35 PM
Post #304


New blood


Group: Members
Posts: 6
Joined: 11-June 09
From: Holland
Member No.: 6,792



Yooo

Suppernice hoofdstuk weer ^^ dribble.gif
leest weer heeeeeeeerlijk weg!
Er gaan nu allemaal mogelijke aflopen door mijn hoofd


hoop dat je snel weer met inspiratie komt, want ik kan namelijk niet wachten tot de volgende weer komt.
(het leest zo makkelijk, je ben er echt zo door heen, weer een reden warom ik futuroscoop zo graag lees ^^)



--------------------

Wonderfull collors, that is what i live for.
Go to the top of the page
 
+Quote Post
MaJu V.
post Sep 21 2009, 08:29 PM
Post #305


Pervert Mod
***

Group: Super mod
Posts: 2,153
Joined: 18-December 04
From: Vlaanderen
Member No.: 29



You're in luck (en ik ook smile.gif ). Ik heb de afgelopen dagen eindelijk een eind kunnen maken aan dat witte blad. Bij deze dan ook...

Futuroscoop - 169 - het gevecht op twee fronten

Het is 20 februari 2737, 13u00. Op Poder’s thuisplaneet staan het moederschip van Seth en dat van kolonel Maeght naast elkaar. De moederschepen lijken op het eerste zicht stil, omdat beide schepen grondig bezig zijn met de hoogst nodige herstellingen, om hier terug weg te raken. Maar op de zandvlakte rent er een grote hoop Arxenianen van het moederschip van Seth naar dat van kolonel Maeght. Massaal richten ze hun stafwapens op 3 ingangen. Één van hun teamleiders roept de Neo-menigte toe. Hij is een grote, kaalgeschoren, struise, zwarte man met een typische klassieke neo-outfit. Alleen staat er op zijn rechterschouder een tatoeage van Seth. Zijn naam is Muul D’On-Ké.
Muul: “Concentreer je op één of twee ingangen! Te veel schade zorgt er voor dat we veel reparatiewerk achteraf hebben! Werk samen aan een gezamelijke ingang! Poorten B3 & B4 zijn hier perfect voor! Nu samen vuren”
De Neo’s gehoorzamen het commando en vuren hun stafwapens leeg op de poorten. Beetje bij beetje wordt de poort zwartgeblakerd van de hitte van de energieschoten en beginnen er zich kleine gaten te vormen.
Aan de andere kant van de poorten maken de Blue Badges, de soldaten van het leger en de Arxenianen, onder leiding van majoor Svenson zich klaar voor de defensie.
Svenson: “Hitteschilden aanbrengen aan de poorten heeft geen zin, ze kunnen er elk moment door breken! Houd jullie klaar voor de eerste aanval en onthoud goed wie er aan jullie kant staat!”
Svenson geeft aanwijzingen van wie waar moet staan. Het team van majoor Gielen is ondertussen in de ziekenboeg toegekomen. De dokters en hun verplegend personeel zijn ook opgetrommeld en nemen de gewonden onder handen. Kas is onder het verplegend personeel. De boel wordt in goede banen geleid door hoofddokter Marcus Dutchfield, Duchy’s broer. Hij roept welke dokter welke patiënt moet behandelen en welke verplegers moeten ondersteunen.
Marcus: “De dokters die niet genoemd zijn, staan op stand-by. Er kunnen elk moment patiënten bij komen.”
Marcus draait zich naar majoor Gielen die op hem af komt.
Gielen: “Ik ga me terug naar de onderste verdieping begeven. Ze zullen mijn hulp kunnen gebruiken als die Neo’s binnen dringen!”
Marcus: “U gaat naar beneden met onze verplegers en draagberries. Als er gewonden op duiken brengen zij ze naar boven en ze hebben dekking nodig. Uw team zal daarvoor zorgen.”
Majoor Gielen is duidelijk geschrokken van het cordate antwoord van de dokter.
Gielen: “Wie denkt u wel dat u bent, mij bevelen? Ik ben…”
Marcus: “Duidelijk iemand die kan coördineren. We hebben zo iemand nodig. Er zijn al genoeg mensen gestorven door het verraad van Seth en die stunt van kolonel Fearsome. Ik wil zoveel mogelijk mensen de dood besparen. En u, majoor?”
Majoor Gielen voelt al snel de kracht van Marcus’ persoonlijkheid op hem drukken. Hoe hij zou proberen, dit is een woordengevecht dat hij niet zal winnen.
Gielen: “Oké, oké, ik ga al… Uw naam, dokter? Ik wil deze kunnen onthouden als ik mijn leven risceer om jouw levens te redden.”
Marcus: “De naam is hoofddokter Marcus Dutchfield. Ga nu.”
Majoor Gielen en zijn team gaat de hospitaalruimte terug naar buiten, gevolgd door een groep van 8 verplegers & 4 draagberries.

Verder in het moederschip lopen de 2 viermans teams van kapiteins Maessen en Roels naar een grote opslagruimte.
Roels: “Je meent het? We hebben DIE dingen mee genomen, de ruimte in?”
Maessen: “Jup. Tegen de regels van ons eigen leger en dat van de Blue Badges in, zijn ze uit hun opbergruimtes gehaald.”
Roels: “Geen wonder dat ze het schip zo moeten aanpassen hebben.”
De soldaten achter de twee kapiteins snappen er niet veel van. Één van de mannen probeert het toch te vragen.
Soldaat #1: “Sir, waarover hebt u het? Waar hollen we eigenlijk naar toe?
Roels: “Soldaat, je hebt het eer en het genoegen om één van de meest geheime, nooit afgewerkte projecten van het leger te aanschouwen.”
De twee kapiteins zijn laaiend enthousiast, maar de soldaten zelf snappen niet goed wat er bedoeld wordt.
Maessen: “Woorden kunnen het niet uitleggen. Dit is iets wat je moet zien. Hier is het!”
De twee teams stoppen aan een erg grote poort die zwaar beveiligd is.
Roels: “Heb jij jouw sleutel?”
Maessen: “Jup.”
De twee kapiteins halen een speciaal gevormde sleutel uit en gaan elk langs één kant van de poort. Kapitein Roels links en kapitein Maessen rechts. Ze plaatsen de sleutel in het bijhorend sleutelgat en kijken naar elkaar.
Maessen: “Klaar?”
Roels: “Ja. Op drie! Één… twee…”
Maessen: “DRIE!”
De twee kapiteins draaien synchroon hun sleutel om, waardoor de beveiliging verdwijnt. De poort gaat open en de objecten die in de duisternis staan, worden beetje bij beetje meer zichtbaar. Nu ze zien wat er in deze ruimte staat, snappen de soldaten waarom de kapiteins zo enthousiast zijn.
Soldaat #2: “Maar dat zijn…!”
Roels: “Roborijders! De USX-T9 om precies te zijn! Geïntegreerd met Class-T machinegeweren en een geüpgrade arsenaalopslagruimte van 2000 kogels. Een pracht van een robot!”
De soldaten zijn onder de indruk. De meeste onder hen hadden nog nooit eerder een echte Roborider gezien, ook al hadden ze in hun training wel simulatielessen gekregen.
Soldaat #3: “Sir, waren Roborijders niet verboden omdat ze…”
Roels: “Ja, inderdaad. Ze zijn te groot en te log, ze hebben beperkte fuel en ammo opslagmogelijkheden en nog minder defensie.”
Maessen: “En in een gevecht met de Scouts en Strikers van de goden waren ze zo opvallend dat ze altijd de eerste doelwitten waren.”
Soldaat #3: “Waarom zijn ze dan mee?”
Kapitein Roels en Maessen gaan naar de dichtst bijzijnde Roborider. Roels kijkt om met een grote glimlach op zijn gezicht.
Roels: “Omdat hier geen Scouts en Strikers zijn, of wel?”
Ondertussen kruipt kapitein Maessen de robot op en neemt plaats in het bestuurdersgedeelte. De soldaten krijgen het enthousiasme terug, want ze realiseren snel dat kapitein Roels gelijk heeft! Ze lopen naar de overige Roboriders.
Maessen: “Houd jullie klaar, jongens en meisjes, want dit gaat vuurwerk geven!”

Ondertussen, in Poder’s doolhof-kerker, in kamer 113, staan Taz en Abs tegenover de Neo Nar’Chi You. De Neo zwiert wild met zijn gespijkerde kettingbal heen en weer alsof het een lieve lust is. Taz is het na een tijdje beu om de kettingen te blijven ontwijken en laat zich neervallen op de grond.
Maxwell: “Taz! Nee!”
Nar’Chi trekt zijn ketting tot kort bij hand, zodat hij de bal net boven zijn hoofd kan laten rondslingeren.
Nar’Chi: “Een gemakkelijk doelwit! Daar houd ik van! PAK AAN!”
Maxwell: “NEE!”
Taz: “Dacht je echt dat ik een doelwit wou zijn? Activeer!”
Overal waar Taz gelopen heeft de afgelopen 5 minuten, ligt een glimlende draad. Als Taz zijn handen op de grond ploft en “Activeer” roept, verandert de draad in een ketting en wordt de immense lengte en volume pas goed zichtbaar. De ketting ligt zo goed als tien keer rond Nar’Chi’s lichaam heen in een grote cirkel. Na de activering begint de lange ketting boven de grond te zweven, wat de andere twee mannen in de cel verbaast.
Maxwell & Nar’Chi: “Wat?”
Taz: “Ga!”
Taz kruipt recht en wijst naar Nar’Chi. De kettingen snellen op Taz’ commando naar de Neo toe. Maar omdat deze al zijn kracht en balans nodig heeft om zijn bal draaiende te houden, kan hij zichzelf hier niet snel genoeg tegen verdedigen. De ketting wikkelt zich wel twintig keer rond Nar’Chi’s lichaam.
Nar’Chi: “AAAAAH!”
Nar’Chi moet uiteindelijk de grip op zijn ketting lossen, zodat de bal in een wilde vaart Taz’ richting uit vliegt.
Maxwell: “Kijk uit!”
Abs kan Taz maar net op tijd weg duwen. De gespijkerde bal vliegt rakelings langs de twee en ploft in de muur achter hen. De Blue Badges kijken naar de impressie die de groteske goedendag in de muur achter laat en Taz slikt even.
Taz: “Bedankt, Abs.”
Maxwell: “Geen probleem. Maar wat ben je aan het doen? Die kettingen…?”
Taz: “Ik maak het af.”
Taz knelt zijn vuist. Zijn kettingen volgen het voorbeeld en knellen Nar’Chi zo, dat hij het uit schreeuwt van de pijn.
Nar’Chi: “RUAAAAAAH!”
Taz: “Da’s genoeg.”
Taz opent zijn linkerhand en laat zijn linkerhand opzij gaan, alsof hij een dirigent was die zijn koor doet zwijgen. Taz’ kettingen volgen dan ook het teken en lossen zich. De kettingen vallen op de grond en verdwijnen van het moment ze de grond raken. Nar’Chi valt bewusteloos op de grond.
Maxwell: “Dat is ongelooflijk, kapitein!”
Taz: “Dank je, Abs.”
Taz glimlacht en houdt zijn linkerhand achter zijn hoofd, wrijvend op zijn eigen haar. Maar de plotse beweging laat een pijnscheut door zijn polsen gieren. Abs merkt de pijnscheut op, want Taz’ gezicht verkrampt er even door.
Maxwell: “Alles in orde, sir?”
Taz glimlacht groen naar Abs.
Taz: “Eheh… Ik raak het niet gewoon, die kettingen. Ik heb meer training nodig.”
Abs zwijgt als hij merkt dat Taz niet over zijn polsen wil spreken. De twee gaan de kamer uit, richting de volgende. Maar Abs probeert ondertussen de polsen te analyseren van op een afstand… hij vertrouwt het zaakje niet echt.

In kamer 106 is Tiyo met zijn tegenstander aan het vechten. De Neo heeft een kleine huidpigment afwijking, waardoor hij er eerder grijs dan bruin uit ziet. Zijn korte haren zijn echter zwart en ogen even bruin als alle andere Neo’s. Zijn naam is Akuro. De twee delen serieuze klappen uit aan elkaar met hun vuisten. Maar na een tijdje voelt Akuro dat zijn klappen niet veel uithalen. Maar Akuro zelf voelt wel de klappen op zijn lichaam. Hij voelt dat hij uitgeput raakt. Maar als het gevecht na vijf minuten nog steeds bezig is, merkt hij dat hij moet rusten.
Akuro: “Ho… wacht… even… Ik… raak zonder adem.”
Tiyo: “Sorry, ik heb daar geen last van.”
Akuro is verbaasd dat Tiyo geen last heeft van ademtekort. Hij bestudeerd diens gezicht. Tiyo gunt Akuro even wat adem.
Akuro: “En toch heb ik het gevoel dat ik je van ergens ken…”
Tiyo: “Sorry, ik ken jou niet.”
Akuro: “En wat voor klappen deel jij uit, man. Niet normaal, man.”
Tiyo: “Sorry, mijn lichaam is buiten mijn weten gemodificeerd geweest.”
Akuro: “Gemo… Wat? Maar… ben jij niet…?”
Tiyo merkt wat Akuro wil zeggen en snelt naar hem toe. Tiyo klopt snel, hard en zonder genade in Akuro’s maag. Akuro spuugt door de klap nog even het speeksel uit zijn mond uit, maar valt bewusteloos, over Tiyo’s linkervuist heen.
Akuro: “… ext…ermi…”
Tiyo: “Ik wil het niet horen. Die term is taboe voor mij.”
Tiyo haalt zijn vuist weg en laat Akuro op de grond vallen. Akuro krijgt het bewustzijn een beetje terug en draait zijn hoofd naar Tiyo, terwijl die weg wandelt.
Akuro: “Je hebt… heer Creator… verraden… Ik dacht… dat je… in…”
Tiyo verlaat de kamer, op weg naar de volgende. Hij let niet meer op het gemompel van de Uber-Neo.
Akuro: “in… kamer 010 zat… jij… bent toch… ex…exterminator-X?”
Akuro doet zijn ogen toe en is bewusteloos.

In kamer 107 heeft Halem net de Uber-Neo voor hem verslagen. De Neo ligt op zijn buik op de grond, badend in een plas bloed. Het bloed heeft zijn oorsprong uit de mond van de Neo en lijkt ook gepaard met braaksel. De handen van de Neo liggen dicht bij de hals, tekenend dat er iets met zijn keel is gebeurd. Halem bekijkt de Neo en knikt.
Halem: “Het heeft wat finetuning nodig, maar het is inderdaad handig.”
Halem kijkt naar het bloed en merkt nu pas het braaksel op dat er tussen gemengd is. Hij trekt maar een vies gezicht.
Halem: “UGH! Maar het is duidelijk geen propere aanval.”
Halem gaat verder naar de deur tegenover de dode Uber-Neo en kijkt nog één keer achterover.
Halem: “Ik zie u graag…”
Dan gaat Halem de deur door, al lachend.
Halem: “… nooit meer terug! HAH!”

In kamer 112 is Intayo Gence nog steeds aan het uitleggen tegen Owan over hoe groots de Creator, Poder Thojorobé, wel is, en hoe hij vroeger afgemat werd door zijn vorige baas, de god Apis. Owan voelt dat de algemene uitleg over de doolhof an sich gedaan is en stelt zich eindelijk recht.
Owan: “Genoeg is genoeg.”
Intayo: “Hoe bedoel je? Heer Apis was misschien wel een beetje een beuzak, maar…”
Owan kijkt verveeld naar Intayo.
Owan: “Genoeg over die valse goden. Laat mij door!”
Intayo: “Dat kan ik niet doen. Mijn taak is nog steeds om jou te verslaan.”
Owan: “Dat lukt je toch niet. Ik wou je laten uitpraten, zodat je zou inzien dat wat je doet, verkeerd is. Maar kennelijk raak je niet uitgepraat.”
Intayo: “Beschuldig je mij van loslippigheid?”
Owan voelt dat hij hoofdpijn krijgt van Intayo’s getater en wrijft over zijn voorhoofd.
Owan: “Zucht… Ach.”
Owan richt zijn brede zwaard naar Intayo. Het zwaard vat vlam en de vlammen gaan snel over op Intayo’s lichaam. Ondertussen houdt Halem zijn hoofd omlaag. De Neo kijkt even verbaasd naar de situatie, nauwelijks beseffend dat hij plots in lichterlaaie staat.
Intayo: “Heh? UH? HAAAH! Het brandt! Brand!”
Maar voor Intayo besef krijgt van de pijn, richt Owan zijn blik omhoog. Gloeiend rode ogen tonen zich in zijn oogkassen. Hij haalt met een snelle zwaai Intayo’s hoofd van diens lichaam. Intayo’s hoofd valt op de grond. Na enkele seconden valt ook het onthoofde lichaam neer.
Owan: “Zo… dat is ook voorbij.”
Owan’s ogen veranderen van gloeiend rood naar zijn gewone bruine ogen. Hij heeft niet door dat de feniks in hem hier invloed gehad zou hebben. Owan denkt even na en zet zich neer op de grond. Hij tekent een plannetje op de grond met het bloed van Intayo in de vorm van de doolhof, zoals Intayo uitgelegd heeft. Daarna bekijkt hij het.
Owan: “Een doolhof, hé?”
Owan kijkt om zich heen en beslist de vierde deur te nemen die hij tegenkomt. Volgens het plannetje dat hij net getekend heeft, zou dit de kortste weg naar de uitgang zijn.
Owan: “We zullen zien of het de waarheid was, die deze Neo sprak… of leugens.”
Owan gaat door de deur heen, de gang volgend die hem naar de volgende kamer leidt.

Enkele minuten geleden was Atem es-Amon in de cel in de tweede buitenring van Poder’s doolhof binnen gekomen. Hij merkt de duisternis op en knijpt zijn ogen wat samen om de inhoud van de cel waar te nemen.
Atem: “Wat hebben we hier?”
Atem bestudeert het wezen en schrikt direct van het wezen dat op hem wachtte. De ruimte was grotendeels verduisterd, maar hier en daar was er voldoende lichtinval om de vorm van Atem en het wezen te herkennen.
Wezen: “Grrrr.”
Atem: “Dit… dit… dit kan niet!”
Het wezen heeft Atem opgemerkt en komt langzaam dichterbij. Atem kan, naarmate de chimaera dichterbij komt, het beest beter herkennen. Maar in dit geval, geeft dit hem een groot gevoel van angst.
Atem: “A… angra Mainyu. De duivel!”
Het wezen dat voor Atem verschijnt is een creatie van Poder, in een poging de duivel van de Arxenianen te schapen. Het donkergroene monster heeft een breed en groot lichaam en een hoofd wat lijkt op de kop van een brilslang. Het wezen is niet behaard en heeft een bloeddorstig, rode blik die op Atem gefocust is. Over het lichaam heen zijn Egyptische symbolen gekerfd die de verschillende benamingen van de duivel weergeven. Over de ruggenwervels van het beest staat van boven naar onderen ‘SLAVE-EATER’ gegraveerd met een dik, zwart lettertype. De ‘slaveneter’ brult luid naar Atem. Deze verstijft van de angst, om geconfronteerd te worden met de duivel uit alle legendes van de Arxenianen. Het wezen haalt snel uit naar Atem. Die wordt hard geraakt in zijn Heavy Armor pak. De klauwen van het beest gaan dwars door de legering van het pak heen en maken diepe schrammen in het lichaam van Atem. Atem wordt door de klap achteruit geslingerd en valt op de grond. Hij krabbelt terug recht en voelt aan de kleine wonden op zijn buik. Er komt net geen bloed uit, maar hij voelt de schrammen wel branden in zijn huid. De slaveneter houdt de klauw waarmee hij uithaalde aan zijn mond. Met zijn lange, smalle, gespleten, slangachtige tong likt hij de restjes Arxenian-vlees van tussen zijn klauwen en slikt deze binnen. Dit in een poging om zijn zin in een stukje ‘slavenvlees’ op te krikken. Terwijl hij dit doet, laat hij Atem geen ogenblik uit zijn zicht gaan. Atem kijkt verbijsterd naar het monster.
Atem: “Dit kan niet… dit kan toch niet. Dit monster is een legende. Hij kan niet echt bestaan.”


Volgende keer #170: De duivel van de Arxenianen

-------------
Vorige post: 15 juli

Nieuwe post: 21 september.

Het nieuwe hoofdstuk is al een tijdje klaar, maar wegens geen posts en zelf het een klein beetje regelmatig te vergeten whistling.gif heeft het een beetje langer geduurd

Futuroscoop - 170 - De duivel der Arxenianen
Van achter zijn beeldscherm kijkt Poder met een glimlach naar het startende gevecht tussen Atem en de Slave-eater.
Poder: “Het noodlot slaat voor je toe, slaaf! Dit monster heb ik speciaal voor jullie, verraders, gemaakt!
Poder denkt terug aan enkele maanden terug, toen hij in zijn labo bezocht werd door Ra (de echte). Hij was bezig met zijn zoveelste experiment om een duivels monster te maken, maar na af en toe successen te kennen in het chimaera proces, kent Poder nu enkele serieuze tegenvallers. Zijn inspiratie is redelijk ver te zoeken en hij vloekt tegen alles en iedereen. Poder zit nu in zijn laboratorium alleen, nadat hij iedereen in zijn buurt weg gejaagd heeft. Hij kijkt door een grote ruit naar een afgesloten ruimte waar zijn laatste, aartslelijke mislukking op de grond ligt te sterven. Het beest geeft enkele janken van pijn, kreunt en geeft zijn laatste adem. Poder zet zich op de grond en kijkt naar beneden terwijl hij nadenkt over waar hij fouten gemaakt heeft. Hij probeert ook de schuld vast te pinnen op één van de mensen onder hem, maar slaagt daar niet in. Hij blijft verder tobben, tot hij plots een man voelt aankomen die kracht en autoriteit uitstraalt. Deze man loopt altijd rond met een dun, gouden masker om zijn gezicht heen, met ogen die wit zijn, alsof ze licht uit zouden stralen.
Poder: “Heer ra!”
De man met het gouden masker is de ‘echte’, menselijke Ra. Hij komt tot bij Poder met een vragende blik in zijn witte ogen.
Ra: “Poder! Ik heb gehoord dat je een oorlog aan het aanwakkeren bent tussen mijn goden en jouw robot-floppen.”
Poder kijkt weg van Ra, omdat hij eigenlijk geen zin had om zich te verklaren tegenover zijn overste.
Poder: “Jazeker. Ik ben het beu dat ze tegen mij rebelleren. De gebieden die onder hun controle vallen, kunnen gemakkelijk over genomen worden door ons. En dan nog zoveel meer!”
Ra zucht en kijkt neer op Poder. Aangezien die dit echter niet kan verdragen, stelt Poder zich terug recht en kijkt Ra recht in de ogen.
Ra: “Je weet dat, hoe meer planeten onder je bevoegdheid vallen, hoe moeilijker ze te controleren vallen. Rebellie en opstand is garant, zonder degelijke delegatie. Die eeuwige jeugd-machines die we gebruiken zullen voor niets zijn, als de helft omkomt in deze oorlog.”
Poder: “Ik ben bezig met een oplossing, heer Ra. Ik probeer een creatuur te maken, een chimaera, die alle slaven op alle planeten angst zal inboezemen. En dit zal ik in elk zonnestelsel plaatsen.”
Ra kijkt geïnteresseerd door de ruit naar de ruimte naast deze waar zij staan. Ra bekijkt het gefaalde resultaat in de andere ruimte. Het is niet meer dan een hoopje ellende geworden. De gelaatsuitdrukking van het gouden masker van Ra veranderd van neutraaal naar afgrijzend.
Ra: “Afschuwelijk!”
Poder: “Dat is het nu eenmaal. Ofwel krijg je een resultaat, ofwel heb je dit soort mislukkingen. Maar het is net alsof ik geen inspiratie meer heb qua chimaera’s.”
Ra wendt zijn blik naar Poder en de monduitdrukking van zijn masker, verandert in deze van een geniepige grijns.
Ra: “Heb ik je ooit verteld over de duivel?”
Poder fronst zijn wenkbrauwen en kijkt ongeïnteresseerd naar Ra.
Poder: “Ik heb geen Bijbelverhaaltjes nodig, dank je.”
Ra: “Hoe wordt jullie duivel afgebeeld?”
Poder: “Als een kruising tussen een bok en een mens, meestal met rode huid en zwart haar. En meestal gecombineerd met een doordringende zwavelgeur.”
Ra: “Wij goden hebben geen duivel. De enige die zich ooit aan die vorm waagden waren Seth, Anubis, Apep en Seker.”
Poder: “Ja, dat weet ik… En?”
Ra: “Ken jij de duivel van de slaven?
Ra probeert Poder’s interesse te wekken, maar die is ver te zoeken.
Poder: “Ben ik dat niet?”
Ra: “Poder, de Arxenianen bestaan al even lang zoals het menselijk ras. Ze hebben in hun geschiedenis een eigen godsdienst ontworpen, gebaseerd op ons, en hebben daarbij een eigen duivel verzonnen die in verscheidene beeltenissen is terug te vinden.”
Poder: “Een duivel? Wat voor een duivel? Een met bokkepoten, zoals bij ons?”
Ra: “Nee. En nu komt het leuke. Aangezien in hun ogen Apep, Seker en Seth de duisterheid zelve waren, hebben ze hun gedaantes gecombineerd in een soort halfmens, halfgod.”
Ra is in zijn opzet geslaagd. Poder is geïnteresseerd in het verhaal en is aan het nadenken over hoe deze duivel er uit zou kunnen zien.
Poder: “Hmmm… Zoals bij ons de minotaurus gebaseerd is op een god uit de Grieks-Egyptische cultuur. Dit klinkt aannemelijk.”
Ra: “Heb je zin om mee te gaan naar de originele thuisplaneet van de slaven, Poder? Om de gedaante te zien van hun duivel?”
Poder springt recht en kijkt blij als een kind op Kerstdag.
Poder: “Wil ik? EN OF!”

Poder kijkt vandaag toe hoe Atem tegenover zijn duivelse creatie staat.
Poder: “Alleen verbaast het me dat ze Hun duivel ‘Angra Mainyu’ noemen. De vernietigende geest, hé?”
Op de beeldschermen voor Poder, kijkt deze toe hoe Angra Mainyu Atem achtervolgt en herhaaldelijk blijft uihalen met zijn klauwen. Atem is zodanig verbouwereerd, dat hij enkel maar kan ontwijken.
Poder: “Maar soit… Nu kan ik uit testen hoe effectief mijn Slaveneter is.”
Poder focust zijn blik op het gevecht en volgt aandachtig de bewegingen van zijn creatuur, zodoende om verbeteringen te maken bij zijn volgende creaties.

Atem rent de hele tijd heen en weer, om het monster te ontwijken. Want hij is doodsbang van dit wezen. Zijn hele gezicht straalt angst uit. Als het monster plots heel snel te dichtbij komt om weg te springen, haalt Atem zijn twee korte, gebogen zwaarden uit en houdt ze voor zich uit in een reflexbeweging. Tezelfdertijd sluit hij zijn ogen omdat hij denkt dat zijn einde nabij is. Maar hij is verbaasd als hij niets voelt, maar een schreeuw hoort. Atem opent zijn ogen en ziet dat de rechterklauw van het wezen doorkliefd is door de twee zwaarden. Atem is verbaasd van zijn eigen kracht. Het wezen haalt uit met zijn andere klauw om zijn andere klauw los te krijgen. Atem reageert snel, trekt zijn zwaarden uit en rolt opzij. De twee nemen afstand van elkaar zonder elkanders ogen te ontwijken.
Atem (denkt): “Ik heb het verwond. Ik heb de duivel verwond!”
Het wezen gromt en likt de wond aan zijn ene klauw met zijn slangentong. Atem denkt na over de situatie.
Atem (denkt): “Dit is geen goddelijk of duivels wezen. Het is een wezen van vlees en bloed. Net als de goden. Het kan verwond worden… het kan sterven…”
Atem maakt snel de conclusie uit deze verwonding en houdt zich voor de eerste keer in dit gevecht klaar om aan te vallen.
Atem: “Ik kan je doden, Angra Mainyu!”
Poder, die toekeek op dit gevecht van achter zijn schermen, fronst zijn wenkbrauwen.
Poder: “Oh… grote woorden? Laat ze eerst maar uit komen, slaaf. Je kan niet ver raken met een geluksschot.”
Atem steekt zijn twinblades weg snelt op de slaveneter af, springt omhoog en doet een halve salto, zodat hij op zijn handen terecht komt. Hij buigt even door zijn armen en strekt ze snel, zodat hij een omgekeerde sprong kan doen en met zijn harde zolen van zijn schoeisel tegen het aangezicht van de duivel kan stampen. Van het moment zijn linkerschoen van zijn Heavy Armor het geluid weergeeft van de stamp, buigt hij zijn rechterbeen en strekt het terug, voor een extra schop. Daarna herhaalt hij dit met zijn linkerbeen en terug met zijn rechter. Een vliegende fiets-trap dus. Elke trap duwt Angra Mainyu een stukje verder achteruit. Bij de negende trap doet Atem een achterwaartse salto er bij, zodoende dat hij terug op zijn beide benen belandt. Hij buigt door zijn benen om de schok op te vangen en kijkt naar het resultaat van zijn fiets-trap. Atem’s duivel blijft verdwaasd achter door de constante schokken op zijn gezicht. Hij duizelt en wankelt op zijn poten.
Atem: “Oké! Dit gaat!”
Atem haalt zijn dolken uit en snelt in een duikvlucht naar het monster voor hem en haalt uit. Angra Mainyu bekomt echter van de klappen die hem uitgedeeld zijn en kan net op tijd opzij naar links springen om een dodelijke wond te vermijden, maar zijn linkerklauw wordt door de dolken afgehouwen. Het monster schreeuwt het uit van de pijn.
Atem: “Raak!”

Atem voelt dat de trainingen die hij ondergaan heeft bij kolonel Marx’ team hem zeker goed gedaan hebben. Hij denkt dan ook terug aan die drukkende momenten op training, vooral zijn eerste dag samen met de rest van kolonel Marx’ team, in de gloeiend hete woestijn. Anita en dokter Vach-ne ontbreken op het appel, omdat zij elders trainden die dag. De kolonel stapt op Atem af, die met zijn dolken klaar staat om te vechten.
Marx: “Oké, jongen! Die dolken weg voor de rest van deze maand.”
Atem: “Eh?”
Steven en Atem kijken verbaasd naar de kolonel.
Steven: “Euh, sir… Atem heeft me laten weten dat zonder de kracht van die dolken…”
Marx: “Zijn vechtcapaciteiten zo goed als 0 zijn, toch? Dat heb ik in jullie verslag gelezen, ja.”
Lou: “Chihihi… Maar dan kennen jullie duidelijk de kolonel nog niet goed. Hij is de enige persoon die ieders krachten limiteert, maar toch het uiterste uit hen kan halen. Zo ook bij mij.”
Lou toont zijn armbanden aan Steven en Atem.
Steven: “Die armbanden. Welk nut hebben ze eigenlijk? Het zijn duidelijk geen normale.”
Atem: “Energiedempers? Jullie gebruiken energiedempers?”
Steven kijkt verbaasd naar Atem. Lou knikt met een glimlach naar Atem.
Steven: “Energie… wat?”
Marx: “Energiedempers. Lou heeft ze eerder uit noodzaak, maar tegelijk helpen ze hem trainen. Zo ver gaan we nog niet bij jullie.”
Atem kijkt verbaasd naar de kolonel, omdat hij de effecten van de energiedempers kent en het woordje ‘nog’ nogal beangstigend vond.
Atem: “… nog niet…?”
Steven: “Wat is een energiedemper?”
Atem: “Het zet een stop op energiemanipuleren.”
Steven: “Ach, zo…”
Marx: “Ze doen meer dan dat. Ze zuigen de energie op een redelijk constante manier uit je lichaam, zodat je niet in een burn-out situatie zou komen. Een moment waarop je ongecontroleerd je energie de vrije loop zou laten.”
Atem: “Maar constant betekent constant, ook in je slaap, in de douche, op het wc, overal zuigt het je energie weg. Het is een manier om gevangenen in toom te houden.”
Steven: “Ach zo… eh… wacht eens… GEVANGENEN?”
Atem: “De energiedempers zijn handboeien, Steven. En op bepaalde planeten worden ze als foltertechniek gebruikt.”
Steven is erg verbaasd van de uitleg en wijst naar Lou.
Steven: “En Lou draagt die constant?”
Marx: “Zucht… Ik zei al dat Lou ze uit noodzaak draagt.”
Steven: “Noodzaak? Hoe kan dit een noodzaak zijn?”
Lou: “Wel…”
Marx: “DAT hoef je niet te weten. Dat is een privé zaak tussen Lou, zijn dokter, en mij.”
Steven: “We zijn teamleden! Zulke dingen horen we toch te weten! Maar we weten bijna niets van Julie drie! Noch van Lou, noch van jou, noch van dokter Vach-ne!”
Lou: “Wel, ik ben Lou en ik kom van Australië! Ik ben 28 jaar oud!”
Steven geeft Lou een sarcastische blik. Dit omdat wat Lou zei nu niet echt de dingen waren die Steven wilde te weten komen.
Steven: “Dank je, Lou.”
Lou glimlacht uit pure onschuld.
Lou: “Geen probleem!”
Marx: “Steven, voor Lou, Vach-ne en ik bij de NNYBB (New New York Blue Badges) kwamen, maakten we deel uit van de Geheime Dienst.”
Atem: “Echt?”
Steven: “EEEEEEH?”
Marx: “Bepaalde delen uit ons leven horen nu eenmaal strikt geheim te blijven. Dat is contractueel nu eenmaal zo beslist. Maar we wijken af. De training!”
Steven bekijkt de kolonel alsof hij een cadeau voor zijn neus heeft weg genomen.
Steven: “Pfff… moet hij nu echt van onderwerp veranderen.”
Marx: “De reden waarom Atem zonder zwaarden traint is om het nut van die twee Ghurka Dolken extra te benuttigen.”
Atem: “Hoezo? Het doel van deze wapens is het verborgen potentieel van de vechten naar boven halen, ten koste van de geestelijke gezondheid.”
Marx: “Maar je hebt geen enkele vechtervaring, toch?”
Atem: “Euh, nee. Ik maakte deel uit van het wetenschapperteam van jongsaf aan. En ik ben eerder een PR-persoon dan een vechter.”
Atem: “Maar ik ga de basis van vechttechnieken in je lichaam rammen van nu af aan.”
Atem: “…eh?”
Steven: “Rammen?”
Lou: “Hahaaaa! De kolonel zijn favoriete training methode! Erin rammen!”
Atem en Steven keken eerst verbaasd naar de kolonel, door zijn straffe uitspraak, maar kijken nu nog verbaasder naar Lou’s blije reactie.
Atem: “… erin…”
Steven: “… rammen?”
De kolonel knalt zijn vuisten tegen elkaar, zodat ze een krakend geluid maken.
Marx: “Ik heb enkele goede vechtstijlen die perfect voor jullie tweeën passen. Voor jou, Atem, de ‘shaolin wapenloze stijl’ en voor Steven heb ik Tai Chi uit gekozen.”
Steven: “Tai Chi?”
Steven lijkt ietwat teleurgesteld, Atem kijkt ietwat verbaasd naar de kolonel.
Atem: “Wat is een shaolin?”
Marx: “De shaolin stijl is een aardse boeddhistische vechtstijl, Taï Chi is een vechtstijl van de taoïstische monniken.”
Steven: “VECHTstijl? Is Tai Chi geen meditatievorm of zo?”
Marx: “De variatie die jij herkent van op tv is inderdaad meditatie- en relaxtherapie gericht. Maar het bront allemaal van een vechtstijl die eigenlijk perfect past bij water manipuleren.”
Steven lijkt ietwat gerust gesteld door de woorden van de kolonel, maar Atem iets minder.
Atem: “Hoe komt dat ik er nog nooit van gehoord heb, in mijn periode op deze planeet?”
De kolonel zucht en krabt even aan zijn achterhoofd.
Marx: “Niet zo moeilijk. De shaolin monniken die de vechtstijl beoefenden zijn uitgeroeid en er bestaan nog maar enkele tempels op deze aardbol van de religieuze tak. Er is dus bitter weinig informatie over de vechtstijl te vinden.”
Atem en Steven kijken verbaasd naar elkaar.
Atem: “Maar hoe…?”
Marx: “Zucht… Dit wordt moeilijk uitleggen. Ik ben geen oproeper van energiegeesten van nature, ik ben een geestenmedium.”
Atem en Steven kijken inderdaad een beetje verbouwereerd naar de kolonel.
Marx: “Een oproeper houdt zich bezig met pactringen zoals mijn Mach’Elus ring.”
De kolonel toont zijn cyaankleurige ring aan Steven en Atem.
Marx: “Mach’Elus is een familie erfstuk die ik zo goed mogelijk probeer te gebruiken tot hij een geschikte gebruiker vindt.”
Steven: “Ik volg even niet. U kunt toch uw geest perfect gebruiken?”
De kolonel lijkt voor het eerst in een hele lange tijd even geïrriteerd te kijken.
Marx: “Dat klopt… Mach’Elus noemt me dan ook de meest succesvolle amateur ooit.”
Atem en Lou lijken onder de indruk. Alleen bekijkt Steven zijn kolonel met een typische zweetdruppel op zijn voorhoofd die duidelijk maakt dat hij niet echt onder de indruk is van die uitspraak.
Steven (denkt): “Is dit nu een eer voor hem of een belediging?”
Marx: “Hoe dan ook, omdat ik een geestenmedium ben, heb ik enkele geesten opgeroepen die me gaan helpen jullie correct te trainen. De geest van de shaolin monnik Ling Kao en de geest van de Tai Chi oermeester Zhang Sanfeng. Ieder van jullie krijgt sessies van 2 uur, afwisselend met elkaar. Hebben jullie dat?”
Steven & Atem: “Yes, sir!”
Lou: “En ik, sir?”
Marx: “Daarom zijn we in de woestijn, Lou. Je krijgt de toestemming om een vuurkloon te maken en voluit te trainen.”
Lou: “Woohoo! Voluit gaan!”
Lou springt de lucht in, en alsof hij raketgestuurd was, vliegt hij door de lucht. Steven en Atem kijken hem even achterna, maar ze zetten hun blik snel terug op de kolonel, want die neemt een vechtpose in, in de Shaolin stijl.
Marx: “Atem, jij bent eerst! Ik ga deze stijl in je lijf pompen, of je het nu wil, of niet.”
Steven ruimt plaats voor de twee. Atem bekijkt de kolonel en slikt even. Maar hij voelt dat het nodig is, dus houdt hij een wankele vechtpositie in, zonder zijn dolken.
Atem: “Ik… ik ben klaar.”
De kolonel snelt op Atem af en de training begint.

In Poder’s doolhof-kerker staat Atem nog steeds tegenover de ondertussen gewonde Slaveneter van Poder, genaamd Angra Mainyu. Atem denkt terug aan zijn training onder kolonel Marx, die eindeloos leek. Maar als hij ziet hoe hij Angra Mainyu heeft toe getakeld, beseft hij dat het allemaal heeft geholpen. Want dit heeft hij berokkend met zijn eigen kracht, en niet door het toegevoegde talent van de dolken.
Atem: “Dit gaat lukken. Ik voel het gewoon.”
Maar de slaveneter schreeuwt het uit en concentreert zijn kracht op de plaats van de afgehakte klauw. Het geschreeuw is oorverdovend, zodat Atem zijn handen boven zijn oren moet plaatsen. Maar na een volle minuut geschreeuwd te hebben, zien we eindelijk waarom. Zijn lichaam heeft de eigenschap het afgehakte lichaamsdeel terug te vernieuwen. De klauw die daarnet afgehakt leek, is er nu terug. Het baadt nog in de lichaamsstoffen van de bovenarm, waarin het erg snel gecreëerd werd. De slaveneter kijkt tevreden naar zijn terug gekeerde klauw en likt het slecht uitziende goedje dat zijn lichaam produceerde van zijn klauwen.
Atem: “Dit… dit kan toch niet? Het heeft zijn eigen klauw geregenereerd!”
Maar dit is niet alles. Poder’s creatuur buigt voorover en schreeuwt opnieuw volop. Opnieuw moet Atem zijn handen voor zijn oren houden, om het irritante geluid tegen te houden. Maar nu houdt Atem zijn blik op het monster. Hij schrikt van wat hij ziet. Op de rug van de slaveneter verschijnen spontaan de nodige beenderenstructuur en lichaamshuid van wat om het eerste zicht een paar vleugels lijken.
Atem: “Dit… dit is helemaal te gek voor woorden. Hij is vleugels aan het maken?!”


Volgende keer: #171: Es Amon


--------------------


Futuroscoop - 186 - Anita Vs De kerkerkoninging
Laatste update: 28 december 2012

Go to the top of the page
 
+Quote Post
KaneLitle
post Oct 12 2009, 08:56 AM
Post #306


New blood


Group: Members
Posts: 6
Joined: 11-June 09
From: Holland
Member No.: 6,792



Yeah! 2 hoofdstukken.
bijde weer mooi geschreven!

hoop dat het volgende hoofdstuk niet te lang op zich laat wachten unsure.gif


--------------------

Wonderfull collors, that is what i live for.
Go to the top of the page
 
+Quote Post
MaJu V.
post Nov 2 2009, 07:55 PM
Post #307


Pervert Mod
***

Group: Super mod
Posts: 2,153
Joined: 18-December 04
From: Vlaanderen
Member No.: 29



Ik hoop dat dit niet te lang is geweest unsure.gif smile.gif

Futuroscoop - 171 - Es Amon

Het is 20 februari 2737, 13u15.
Matui Di’Ano, dat is de Arxeniaan die zorgt voor de communicatie tussen het moederschip van Ra (de echte) en Poder’s hoofdbasis. Hij rent snel naar Poder’s observatieruimte, waar laatst genoemde achter zijn schermen naar de gevechten kijkt tussen zijn krijgers en chimaera’s en de Blue Badges. De man durft eerst niet echt op de deur van die beeldruimte te kloppen, omdat hij bang is van de furie van zijn meester. Maar als hij zich het bericht dat hij moet afleveren terug voor de geest haalt, beseft hij dat hij geen andere keuze heeft dan deze privé-ruimte binnen te vallen. Hij klopt met een angstig hart op de deur.
Matui: “Heer Creator! Heer Creator!”
Poder’s woedende stem weerklinkt van achter de deur.
Poder: “IK HEB GEZEGD NIET STOREN!”
Matui: “Maar heer Creator, een dringend bericht van heer Ra!”
Poder: “Ra kan de pot o… wacht eens… HUH?! Wat is me dit?”
Matui: “Heer Creator?”
Poder: “Mijn slaveneter is zo toch niet gemaakt? Hoe is dit mogelijk?”
Matui: “Euh… Mag ik binnen komen?”
Poder: “Kom binnen, ja! Maar dit…”
Matui twijfelt geen seconde en gaat de privé-ruimte binnen. In de ruimte staat Poder pal boven één specifiek scherm naar het scherm te staren, met zijn beide handen geklemd aan de linker en rechter uiteinden van het scherm. Zijn ogen staan wijd open, niet begrijpend wat er aan het gebeuren is in het gevecht tussen Atem en zijn slaveneter.
Poder: “Vleugels? VLEUGELS?! Ik heb dit niet ontworpen! Het zit niet in zijn DNA-structuur om zo iets te maken!”
Matui: “Euh… heer Creator…?”
Poder: “Wie heeft aan mijn creatuur geprutst? Wie heeft me dit aangedaan?”
Matui: “Euh… bericht van heer Ra, heer Creator. Nogal dringend…?”
Poder: “Ja! Ra! Natuurlijk! Wie anders had die mogelijkheid dan Ra hemzelf?!”
Poder kijkt kwaad in de richting van Matui.vDeze schrikt even van Poder's reactie.
Poder: “En wat heeft die klootzak te zeggen?”
Matui is nogal onder de indruk van deze reactie van zijn meester. Hij had niet verwacht dat Poder zijn eigen meester zo zou adresseren.
Matui: “Euh… heer Creator? Klootzak?”
Poder begint zijn geduld te verliezen met de redelijk verwarde Matui.
Poder: “SPREEK DAN TOCH! Wat is dat bericht?”
Matui: “Euh, ja. Ra’s Elite Vier is op weg naar uw paleis, heer Creator.”
Poder: “Zijn elite vier? Wat moeten die? En Ra zelf?”
Matui: “Het heeft volgens het bericht te maken met één bepaalde Arxeniaan te maken die zich heeft geallieerd met de Terraniërs.
Poder: “Met de aardbewoners?”
Poder kijkt naar het beeldscherm van het gevecht tussen Atem en de slaveneter.
Poder: “Geven ze een naam?”
Matui: “Euh… Een zekere Atem es Amon?”
Poder schudt zijn hoofd en kijkt terug naar de evolutie die zijn monster aan het ondergaan is.
Poder: “Ken ik niet…”
Maar plots valt zijn frank.
Poder: “Maar wacht eens even? ES AMON?”
Poder kijkt naar het blad in Matui’s handen en snokt het van hem weg om het zelf te lezen.
Matui: “Euh… ja, Es Amon?”
Poder leest het blad met zijn rechterhand en klopt op het blad met de rug van zijn linkerhand, niet verstaand wat er op staat.
Poder: “Wat is een lid van de Amon-families aan het doen bij de aardbewoners?”
Matui: “Amon-Families?”
Poder: “Ach, komaan! Ken je de legende niet van de 4 redders van Ra niet?”
Matui: “Euh, ik ben altijd in dienst geweest van heer Anubis, tot u me aanwierf. Anubis wilde ons maar weinig vertellen over Ra, aangezien het zijn grootste rivaal was.”
Poder kijkt enigszins verveeld naar Matui en zucht.
Poder: “Verstaanbaar, gezien de rivaliteit tussen die twee. Laat me je het kort samen vatten. Deze planeet is de laatste paar jaren de vergaderplaats geweest van de goden. Hiervoor was het de heilige planeet Meidos.”
Matui: “Oh, de vernietigde planeet!”
Poder: “Inderdaad. Maar lang voor Meidos, duizenden jaren geleden, was er een andere planeet die als thuishaven diende voor de goden. Mijn geboorteplaneet Terra, ofte de Aarde.”
Matui: “Terra? Maar hoe?”
Poder: “De aardbewoners rebelleerden op een onverwachts moment tegen de goden en gebruikten de groeiende rivaliteit tussen de goden onderling tegen hen. Ze hadden geen andere mogelijkheid dan de planeet te evacueren. Maar Seth was zo leep dat hij Amon-Ra had verdoofd en zelf het laatste moederschip had mee genomen. Vier heldhaftige dienaars van Amon-Ra hadden een rebellie op één van de moederschepen in de ruimte veroorzaakt en zijn eigenhandig Amon-Ra gaan halen op de aarde.”
Matui: “Echt?”
Poder: “Echt, ja. Amon-Ra werd op het laatste nippertje gered van de dood door deze helden. Als beloning heeft Amon-Ra hen zijn naam Amon geschonken. Zindsdien noemt onze hoofdgod gewoon Ra en zijn de vier erefamilies Yi-Amon, Es-Amon, Ky-Amon en Sol-Amon ontstaan.”
Matui: “Ach zo… Dus die Atem Es-Amon die hier vermeld staat…”
Poder richt zijn blik terug naar het scherm waarop het gevecht bezig is tussen Atem en zijn slaveneter. Ondertussen zijn naast de beenderstructuur van de vleugels, ook het spierweefsel en het nodige vel ontsproten, zodoende dat er nu twee waardige, groene vleugels aan het lichaam van Angra Mainyu hangen.
Poder: “Maakt deel uit van de erefamilie Es-Amon. En mijn gevoel zegt dat het die slaaf, daar, is.”
Matui kijkt naar het scherm dat Poder aan wijst.
Matui: “Die man zegt mij niets. Nog nooit eerder gezien.”
Poder: “Ik ook niet. Dat maakt het allemaal zo ongeloofwaardig.”
Poder kijkt verder naar het blad.
Poder: “Stel je klaar om die Elite te ontvangen. Waarschuw me als ze hier zijn.”
Matui knikt en buigt en gaat naar buiten, enkel om nog geen minuut later terug naar binnen te rennen, samen met een andere, klein gebouwde Arxeniaan, Jixx.
Matui: “Mijn heer, ik… ze… ze zijn hier al!”
Poder: “Goed. Ik heb ook enkele vragen voor de vertegenwoordigers van Ra.”
Poder gaat Matui en Jixx achterna, terug naar buiten. Samen gaan ze naar de hoofdingang van Poder’s paleis.
Poder (denkt): “Wat wou hij bereiken met het modificeren van mijn slaveneter?”

In de ondertussen meest betrokken kamer staat Atem met een bleek getrokken gezicht te kijken naar de duivel der Arxenianen, Angra Mainyu, Poder’s slaveneter. De slang-mens chimaera heeft voor Atem’s ogen niet alleen zijn afgehakte rechterpoot geregenereerd, maar daarnaast twee groene, slijmerige vleugels heeft bij gemaakt op zijn rug.
Atem: “Wat in…? Angra Mainyu heeft toch geen vleugels? Dit… dit monster… wat… nee, wie heeft het op zijn geweten om zo met leven te spelen?”
Atem veranderd zijn angst en verbazing in verontwaardiging. De slaveneter probeert zijn vleugels heen en weer te slaan. De eerste momenten gaat het nogal stroef, maar na het weg slaan van het slijm op zijn vleugels gaan de heen- en weerbewegingen van de vleugels een stuk vlotter. Hierdoor begint Angra Mainyu boven de grond te zweven. De chimaera gromt van blijdschap dat hij geslaagd is in zijn opzet. Atem voelt dat zijn huidige training echter volledig gebaseerd is op gevechten op de begane grond.
Atem: “Als dit monster gaat vliegen, ben ik er geweest. Ik heb geen manier om het neer te krijgen.”
Maar de slaveneter zweeft hoger tot aan de bovenkant van de cel. Het wezen geniet van zijn nieuwe lichaamsmogelijkheid. Atem voelt met zijn hand aan zijn rechterzijde en merkt zijn ijspistool op, dat mee hangt aan het Heavy Armor dat hij draagt.
Atem: “Natuurlijk. De ijspistolen.”
Maar voor Atem iets kan doen, komt de slaveneter plots snel op Atem af gevlogen, met geheven klauwen.
Atem: “Wat?”
Atem kan maar net op tijd naar links weg rollen om de klauwen van Angra Mainyu te ontwijken. Het monster gromt en draait zich om naar Atem toe. Die springt recht en houdt zijn dolken klaar om een defensieve uithaal te geven.
Atem (denkt): “Als ik er maar tijd voor krijg om te schieten…”
Maar dat wordt Atem niet gegund. De slaveneter vliegt de ruimte rond en geeft af en toe een aanval naar Atem toe. Atem kan zich verdedigen met zijn dolken en met zijn snelheid. Maar hij kan geen grote schade meer berokken.

Poder en zijn 2 slaven komen toe in de troonzaal, waar 4 struise Arxenianen aanwezig zijn. 2 staan er recht, één zit er op Poder’s troon (met één been over de linkerarmleuning) en de vierde zit vlak naast de troon te mediteren. Hun houding geeft duidelijk weer dat ze veel zelfvertrouwen hebben. Hun namen zijn Junon Es-Amon (de man die op de troon zit), Janos Sol-Amon (de mediterende Arxeniaan), Crass Ky-Amon en Goll Ky-Amon (de twee die recht staan). Poder ziet ze zitten en krijgt spontaan rillingen over zijn lichaam als hij Junon op zijn troon ziet zitten. Poder draait zich om en wijst naar Matui en Jixx .
Poder: “Jullie tweeën zoeken me zoveel mogelijk informatie op over deze… euh… dit lid van de Es-Amon familie.”
Matui & Jixx: “Ja, mijn heer.”
De twee buigen naar hun meester en gaan dan weg om hun opdracht uit te voeren. Ondertussen gaat Poder naar de vier gezanten van Ra.
Poder: “Wat komen jullie hier doen?”
Junon kijkt Poder kwaad aan van op diens troon.
Junon: “Kalm aan, jij daar. Heer Ra heeft ons gezonden.”
Poder: “En kom verdorie van mijn troon af!”
Junon: “Ik zit hier goed, man. Ik blijf rustig zitten.”
Junon kijkt recht in Poder’s ogen, uitdagend.
Junon: “Als je me hier uit wil krijgen, zal je het persoonlijk moeten doen!”
Poder valt niet voor de opmerking en bekijkt de groep met een droge blik.
Poder: “WAT komen jullie hier doen?”
Junon: “Kan je dat niet raden, met je grote wijsheid?”
Poder: “Atem Es-Amon?”
Junon: “Goed zo, je kunt het toch. En weet je waarom we voor die man komen?”
Poder: “Omdat hij van één van jullie families is.”
Junon reageert als een quizmaster die net een goed antwoord gekregen heeft.
Junon: “Opnieuw goed! Hij is van mijn familie. Maar ik had geen weet van zijn bestaan. Dus we komen hem terug halen, zodat hij deel kan uitmaken van heer Ra’s elite.”
Poder: “Geen weet…? Hoe zijn jullie er dan achter gekomen?”
De mediterende Arxeniaan, Janos, stelt zich recht en kijkt naar Poder. Hij is een erg lange en brede Arxeniaan met kaalgeschoren hoofd en een blik die helemaal zen is.
Janos: “We kregen een spion van Seth over de vloer… Van de robot-Seth.”
Poder: “Onmogelijk. Onze beveiliging is zo groot. Niemand kan het schip vinden als het blijft hangen waar het nu is.”
Junon: “Klein probleempje daar. Hij had ons opgemerkt nadat we de moederschepen van Osiris, Isis en Amen hebben vernietigd.”
Poder: “Oh… Dat verklaart natuurlijk veel.”
Janos: “Blijkbaar was deze spion getraind in het ‘uit-de-penarie-helpen-van-zijn-god’.”
Junon: “En ik moet zeggen dat hij redelijk overtuigend klonk. Ik ging hem levend gehouden hebben, hij was waardevol.”
Junon kijkt naar Janos en die knikt.
Janos: “Inderdaad. Als alles waar was, wat die slaaf ons zei, is hij, samen met 2 andere spionnen verantwoordelijk voor Seth’s reputatie van uit elke situatie levend te ontsnappen.”
Poder: “Dat feit alleen al zou hem legendarisch maken…”

De twee herinneren zich en vertellen Poder over het moment dat de slaaf in kwestie in de troonkamer van Ra aanwezig was. De spion knielt op de grond, zijn polsen geboeid met kettingen. Junon en Janos staan rechts van de troon, Crass en Goll staan links. In het midden staat alleen een donkerrood scherm met een gloeiend gouden oog dat alles lijkt te aanzien. De geboeide man noemt Zumi Né en heeft halflang, golvend, zwart haar en een neutraal uitziend uiterlijk. De man ziet er zo onopvallend uit dat hij met zijn uiterlijk alleen al in alle mensenmassa’s kan verdwijnen zonder moeite, perfect voor een spion. De stem van Ra weerklinkt op de achtergrond.
Ra: “HOE komt deze man aan boord? Janos! Ik eis een verklaring!”
Janos buigt zijn hoofd naar ra en knielt ook op de grond.
Janos: “Mijn excuses, mijn heer. Maar deze slaaf heeft zijn weg naar ons op zichzelf gevonden. Vraag ons niet hoe. Maar hij zei dat hij interessante informatie heeft voor u.”
Zumi: “Heer en meester van het heelal, Ra. Ik vraag toestemming om mijn acties te verduidelijken.”
Ra: “Je krijgt toestemming, slaaf.”
Zumi: “Ik ben gevlucht van het moederschip van de robot die zich voordoet als de god Seth.”
De stem van Ra klinkt geïnteresseerd in de woorden van de gladde jongen.
Ra: “Seth?”
Zumi: “Ik vraag onderdak aan op dit schip en kan in ruil nuttige informatie leveren.”
Ra: “Onderdak op MIJN moederschip? Wat zijn je kwaliteiten, slaaf?”
Zumi: “Ik heb uw moederschip gevonden, als enige persoon die niet op uw schip aanwezig is. Ik heb mijn vorige heer, Seth, al uit tientallen noodsituaties kunnen helpen die hem anders het leven zouden gekost hebben. Ik ben voor hem altijd een man geweest van onschatbare waarde.”
Ra: “En waarom kom je dan naar hier?”
Zumi: “Ik zie alleen de plaatsen waar de hoogste overlevingskansen zijn, oh heer en meester van het universum. En sinds zijn alliantie met die Terraniërs zijn die bijna nul geworden.”
Ra: “Dus toch… Poder Thojorobé was dus correct dat de aardbewoners hier zouden komen. Wie had dat durven denken?”
Het oog van Ra richt zich op zijn slaven, alsof het iets wil duidelijk maken. De Neo’s begrijpen de boodschap.
Junon: “Enkel u, mijn heer. Wij allen zijn schuldig van Poder uit te lachen voor deze belachelijke statement.”
Ra: “Inderdaad, Junon. Zeg nu eens, slaaf. Welke informatie kan je ons bieden?”
Zumi: “Laat mij beginnen met de hoofdvogel, mijn heer… Aan boord van het moederschip van de robot die zich als u voordoet, mijn heer, zit een interessante persoon.”
Ra: “Ricky Bellamont, toch?”
Zumi: “Die is enkel interessant voor heer Creator, mijn heer. De persoon waar ik het over heb is interessant voor u, mijn heer.”
Ra: “Oh? Welke naam draagt deze persoon?”
Zumi grinnikt als Ra deze vraag stelt. Dit is de vraag die hij wou horen.
Zumi: “Atem Es-Amon.”
Junon kijkt compleet verrast naar Zumi.
Junon: “Belachelijk! Dit is onmogelijk! Ik heb nog nooit van een Atem gehoord in mijn familie! Deze persoon bestaat niet!”
Ra: “Oh…? Ik ben daar niet zo zeker van.”
Iedereen, op Zumi na, kijkt verrast naar het oog van Ra.
Ra: “Deze man zelf ken ik inderdaad niet, maar als zijn voorvader is, wie ik denk dat het is…”
Zumi: “Ik heb het na gegaan en na gevraagd. Atem is wel degelijk de nazaat van Sogurroh Es-Amon.”
Junon: “Sogurroh?! Maar…?”
Ra: “Dus toch.”
Junon: “Maar die verrader van onze familie was toch ter dood gesteld?”
Ra: “Junon! Vergeet niet dat Sogurroh de sterkste en slimste alles Es-Amon’s was. Ik was ronduit woest dat hij me wilde vermoorden, maar ik was nog woester dat hij me door de vingers geglipt was. Hij is me wel degelijk ontsnapt, al die eeuwen terug.”
Junon kijkt stomverbaasd naar Ra, want deze woorden zijn nieuw voor hem. Aan de verbaasde blikken rond hem, is hij blijkbaar niet de enige die verrast is.
Junon: “WAT?!”
Ra: “Jouw voorvader stelde me dan voor om iedereen voor te liegen en te zeggen dat hij ter dood was gebracht in zijn poging tot vluchten. Om op dat moment was dat de beste oplossing voor handen.”
Junon: “En deze Atem zou zijn nazaat zijn?”
Ra: “Dat maakt hem inderdaad interessant. Als hij hetzelfde niveau kan bereiken als zijn voorvader?”
Junon kijkt enigszins jaloers naar het oog van Ra. Hij moet duidelijk niet weten van dit mysterieus familielid.
Junon: “Het maakt hem net zo gevaarlijk als zijn voorvader. Wilt u echt zo iemand bij u?”
Het oog van Ra kijkt streng naar Junon. Die voelt dat hij even te ver is gegaan en stopt met spreken.
Ra: “Ik wil hem onder mijn controle, Junon. Breng hem naar mij!”
Junon lijkt niet blij met deze uitspraak, maar buigt toch zijn hoofd.
Junon: “Geef mij Janos, Crass & Goll. Wij zullen naar dat moederschip gaan en die man terug brengen, mijn heer!”
Zumi: “Mijn excuses om me hierin te mengen, maar het moederschip is gecrasht op de planeet van heer Creator.”
Ra: “Goed. Junon, Janos, Crass & Goll. Jullie vieren gaan naar het paleis van Poder, vragen alle informatie over deze man en brengen hem mee, met of tegen zijn wil! Ik wil hem levend!”
Zumi: “En ik, oh heer en meester van het universum? Ik kan u nog meer informatie bieden als…”
Ra: “Goed, slaaf. Geef me je naam.”
Zumi voelt zich vereerd dat Ra zijn naam vraagd en is even beschaamd.
Zumi: “Mijn… mijn naam is Zumi Né, mijn heer!”
Ra: “Goed, ik wil toch weten wie ik dood.”
Zumi's schaamte maakt heel snel plaats voor angst en verbazing.
Zumi: “Wat? Maar ik kan u nog zoveel bieden! Ik kan…”
Ra: “Dat geloof ik zeker… En daarom zal ik je een snelle dood geven. Maar ik HAAT alles wat Seth te maken heeft! Robot of Spiriton, alles wat zijn naam aangeraakt heeft, MOET DOOD! En jij bent dan diegene die hem uit zoveel hachelijke situaties heeft gered? Ik laat je nooit meer terugkeren! JIJ! STERFT! HIER!”
Zumi is doodsbang, springt recht en houdt zijn handen voor hem uit, in een wanhopige poging om Ra te stoppen.
Zumi: “Nee! Nee!”
Ra: “Boltning! Rooster hem levend!”
Zumi wil weg rennen, maar de kettingen die zijn handen boeien, hangen aan de grond vast. Daarom raakt hij niet veel verder. Ra’s oog begint rood te gloeien. Als Zumi dit ziet, begint hij in een wilde paniek te slaan en probeert hij de kettingen uit de grond te rukken, tevergeefs. Hij breekt hierbij quasi direct zijn polsen, maar gaat door, tot een lichtflits op hem af komt. Een krachtige bliksemschicht schiet uit het oog en treft Zumi in het hart. De bliksemschicht elektrocuteert hem ter plaatse.
Zumi: “RAAAAAAH!”
Zumi valt dood neer op de grond, zwartgeblakerd van de bliksem. De Arxenianen die in de kamer staan, kijken even angstig naar het dode lichaam en dan naar hun meester.
Janos: “Arme Arxeniaan. Hij was verloren van het moment hij Seth’s naam vernoemde.”
Junon: “Een idioot, ja. Indien hij echt de legende van Amon-Ra kende, zou hij weten wat Seth onze heer heeft aangedaan. Ra kan Seth nooit vergeven.”

Junon en Janos beëindigen hun verhaal over Zumi en hun reden voor hun aanwezigheid.
Poder: “Dus zo zit het? En die Zumi kon bevestigen dat het een nazaat was van Sogurroh?”
Junon: “Inderdaad. Dus vertel maar alles wat je weet over die Atem.”
Poder: “Enkel als jullie me vertellen wat Ra met mijn slaveneter heeft gedaan!”
Poder wijst Junon aan met een kwaad gezicht. Junon fronst even zijn wenkbrauwen en lacht dan.
Junon: “Slaveneter? Jouw versie van Angra Mainyu, bedoel je? Wat leuk dat je niet kan lachen met de modificaties die onze heer heeft door gevoerd.”
Crass en Goll moeten lachen met deze uitspraak.
Crass: “Wij vonden het net tof wat heer Ra gedaan heeft!”
Goll: “Hij heeft jouw chimaera nog afstotelijker gemaakt, en krachtiger!”
Poder: “Hoezo, krachtiger?”
Goll: “Hij heeft Ra’s zegen gekregen, net als wij!”
Poder: “Die mystieke kracht van Ra die jullie families vijf maal zo krachtig maakt dan de andere slaven?”
Junon: “Inderdaad. Dus je moet Ra net bedanken. Hij heeft een duivel gemaakt die nooit verslaan kan worden. Zelf niet door je zogenaamde rivaal, de Terraniër!”
Poder voelt dat de woorden van de vier elite Arxenianen zwaar wegen, maar hij doorziet al snel hun gevoelens.
Poder: “En sterker dan jullie dinges… Es Amon familielid?”
Crass: “Hah! Kan je nog steeds de namen van je Arxenianen niet onthouden? Haha! Dat is zo typerend a…”
Maar Crass kan niet uitspreken. Junon is van de troon gesprongen en houdt zijn arm en hand voor Crass, zodat die ophoudt met spreken. Junon’s blik is veranderd van uitlachend naar koel.
Junon: “Hoe bedoel je, Poder?”
Poder: “Jullie super familielid is op dit moment bezig met mijn Slaveneter te vechten!”
Janos opent voor het eerst zijn ogen en kijkt geïntrigeerd naar Poder en Junon. Poder voelt dat hij de vier uit de palm van zijn handen kan laten eten, omdat ze Atem levend willen. Junon knarst dan ook met zijn tanden.
Junon: “Dat overleeft hij niet, met de modificaties die heer Ra heeft aan gebracht.”
Poder: “Eigen schuld, dikke bult?”


Wordt vervolgd in #172 - De sterkste der Arxenianen


--------------------


Futuroscoop - 186 - Anita Vs De kerkerkoninging
Laatste update: 28 december 2012

Go to the top of the page
 
+Quote Post
Jack Master Flex
post Nov 23 2009, 05:13 PM
Post #308


Anime fan
*

Group: Advanced members
Posts: 567
Joined: 18-December 04
From: utrecht
Member No.: 53



nice nice very nice.

had een boel te inhalen. kostte me best veel tijd tongue.gif
maar het was het waard.
V je flikt het weer super geschreven


--------------------


Jack Master Flex - One name. One legend.


VERVELING IS EEN KUNST
en ik ben de kunstenaar
Go to the top of the page
 
+Quote Post
MaJu V.
post Nov 23 2009, 09:39 PM
Post #309


Pervert Mod
***

Group: Super mod
Posts: 2,153
Joined: 18-December 04
From: Vlaanderen
Member No.: 29



Dank je, Jack smile.gif

Omdat het het zeker waard is, het volgende hoofdstuk biggrin.gif

Futuroscoop - 172 - De sterkste der Arxenianen

Junon: “Dus je moet Ra net bedanken. Hij heeft een duivel gemaakt die nooit verslaan kan worden. Zelf niet door je zogenaamde rivaal, de terraniër!”
Poder voelt dat de woorden van de vier elite Arxenianen zwaar wegen, maar hij doorziet al snel hun gevoelens.
Poder: “En sterker dan jullie dinges… Es Amon familielid?”
Crass: “Hah! Kan je nog steeds de namen van je Arxenianen niet onthouden? Haha! Dat is zo typerend a…”
Maar Crass kan niet uitspreken. Junon is van de troon gesprongen en houdt zijn arm en hand voor Crass, zodat die ophoudt met spreken. Junon’s blik is veranderd van uitlachend naar koel.
Junon: “Hoe bedoel je, Poder?”
Poder: “Jullie super familielid is op dit moment bezig met mijn Slaveneter te vechten!”
Janos opent voor het eerst zijn ogen en kijkt geïntrigeerd naar Poder en Junon. Poder voelt dat hij de vier uit de palm van zijn handen kan laten eten, omdat ze Atem levend willen. Junon knarst dan ook met zijn tanden.
Junon: “Dat overleeft hij niet, met de modificaties die heer Ra heeft aan gebracht.”
Poder: “Eigen schuld, dikke bult?”

Junon: “Waar is de ingang naar jouw doolhof, Poder?”
Poder: “Eh? Mijn doolhof? Wel, de hoofdingang is een zijdeur aan de hoofdingang van mijn kasteel. Maar…”
Junon laat Poder niet uit spreken en draait zich naar Crass en Goll. Deze twee geven Junon hun volledige aandacht.
Junon: “Jullie gaan naar de doolhof van Poder, vernietigen die chimaera van Poder en brengen Atem mee! LEVEND!”
Poder voelt wat Junon wilt bereiken en kan het niet laten van te glimlachen. Hij wijst naar het valluik in het midden van de troonkamer.
Poder: “Wacht, ik zal het valluik in mijn troonkamer openen, jongens. Zo zijn jullie direct op de plaats waar Ric… euh, bij de ingang van de doolhof.”
Poder knipt met zijn linker middenvinger en dan met zijn linker ringvinger. Het valluik waar eerder Ricky al in viel, klapt open. Junon knikt naar Crass en Goll en die springen spontaan in het gat met opgeheven wapens.
Poder (denkt): “Geniaal! Ik leid ze op pad naar die Atem, via Ricky! Dat zijn direct twee stukken pest minder!”
Janos: “Poder, geef Junon een plan van je doolhof, zodat hij Crass en Goll in goede banen kan leiden.”
Poder: “Eh?”
Junon: “Huh?”
De twee kijken verbaasd naar de mediterende man achter hen. Maar Junos’ ogen zijn terug gesloten.
Junon: “Ja, goed idee! Een plan van je doolhof en het juiste pad waar Atem op dit moment is.”
Poder vloekt inwendig, maar herpakt zich snel.
Poder: “Kom dan mee naar de beeldkamer. Ik zal jullie daar een kopij afdrukken van de doolhof en jullie kunnen dan live de acties volgen van die… Es Amon en jullie twee kompanen.”
Junon: “Geen slecht idee. Leid de weg.”
Janos knikt en stelt zich ook recht. De twee Arxenianen volgen Poder. Via een toestelletje dat aan Junon’s oor verbonden is, kan hij communiceren met Crass en Goll. Hij hoort hen spreken.
Crass: “Junon, we staan voor een hele hoop deuren. Welke deur nemen we best?”
Poder: “Ik zou zeggen, poort 102. De deur zal gesloten zijn, maar je mag ze gerust open knallen.”
Junon staat op het punt om dit door te vertellen, maar Janos houdt hem tegen met een argwanende blik in zijn ogen.
Janos: “Junon, zeg tegen Crass en Goll dat ze wachten. Ik wil eerst dat diagram zien.”
Junon kijkt verbaasd op naar Janos, en knikt dan.
Junon: “Jongens, wacht even. Poder zal ons een diagram ter beschikking stellen. We geven jullie direct meer info.”
Crass: “Oké, Junon. We zullen wachten, maar Goll is nogal ongeduldig.”
Janos opent zijn ogen en kijkt streng naar Junon.
Janos: “Zeg tegen Crass dat Goll moet kalm blijven, hij heeft het finale rapport van deze planeet ook gekregen. Als hij wild wordt, graaft hij zijn eigen graf.”
Poder: “Oh, heeft Ra het laatste rapport klaar?”
Junon: “Jazeker. En de bevindingen kloppen. Deze planeet staat op het punt te imploderen.”
Poder: “Ik had het wel verwacht dat hij zou bijdraaien. Ik ben nooit verkeerd.”
Janos' argwanende blik doorkruist Poder, om antwoorden te zoeken. Hij vertrouwt de Terraan voor geen meter.
Janos: “Waarom wou je dan specifiek hier je duel met Ricky uit vechten? Je kunt zelf ook in de implosie vast komen te zitten?”
Junon: “Ra heeft zelf drie jaar geleden de heilige stad der goden al verplaatst naar de planeet Rayos omdat hij onzeker was over het voortbestaan van deze hoop zand. Niet dat wij wakker zouden liggen van je dood, maar je bent belangrijk voor heer Ra.”
Poder voelt de eerlijkheid van de twee elite Arxenianen aan en geeft een sarcastische blik terug naar de twee terwijl ze verder wandelen.
Poder: “Jeetje, hoe ontroerend. Waarom ik hier blijf is mijn zaak en mijn zaak alleen.”

Ondertussen is Halem toegekomen in cel C47, waar hij met grote ogen kijkt naar de chimaera die voor hem staat. Het zwartgallige monster dat voor hem staat ruikt naar de doordringende geur van een rottend lijk en ziet er uit als een zwarte wolf met uitvergrote vleermuisvleugels. Het wezen gromt naar Halem met een duistere weerklank.
Halem: “Wat in hemelsnaam…?”
Halem’s zicht wordt redelijk wazig. Het is alsof hij een rood-zwart aura uit de donkere wolf ziet komen.
Halem: “Dit wezen… Het geeft me koude rillingen.”
Halem deactiveert zijn Heavy Armor. Het lichte lawaai dat dit maakt (en vooral de snelle beweging waarmee de defensieve laag zich terugtrekt laat het monster opschrikken. Halem kijkt recht in de gloeiend rode ogen van de chimaera.
Halem (denkt): “Dit wezen geeft me hetzelfde gevoel als vampiers. Is dit… een levende dode?”
Halem buigt zijn rechterarm en steekt zijn rechterhand. Hij laat zijn helende energie over zijn arm en hand vloeien.
Halem (denkt): “Als dit zo is, kan ik mijn vampiervernietiger op hem gebruiken.”
Bij het zien van de heilige energie die uit Halem’s lichaam vloeit, houdt de wolf-vleermuis combinatie op met grommen en kruipt die in een hoekje. Het is duidelijk dat de chimaera beseft dat Halem de slechtst mogelijke tegenstander voor hem is.
Halem: “Oh, die reactie had ik niet direct verwacht. Blijkbaar beseffen dierlijke ondoden beter dan menselijke vampiers dat mijn arm dodelijk is voor jullie soort.”
Halem haalt uit naar het wezen. In een laatste paniekreactie springt het wezen omhoog. Het probeert te vliegen met de vleugels die aan het lijf geplaatst zijn. Maar hoe hard de vleugels ook slaan, het wezen komt maar vlak boven Halem en moet na een meter al noodgedwongen landen. Halem draait zich om naar het wezen. De ondode wolf-vleermuis probeert in een laatst poging door Halems linkerarm te bijten. En daar slaagt het ook in. Maar even snel trekt het wezen zich al jankend terug. Zijn tanden smolten spontaan bij de aanraking van Halem’s huid.
Halem: “Dacht je echt dat je mij kon ‘vampen’? Mijn energiesignatuur is… dat… van…”
Halem’s blik verandert snel van trots naar deprimerend en hij kan met moeite zijn zin af maken.
Halem: “een… en… en… engel… zucht…”
Tegen het einde van zijn zin, zit Halem depressief in een hoekje, beseffend dat hijzelf nu gezegd heeft wat hij iedereen wou verbieden. De ondode wolf-vleermuis snapt de reactie van Halem niet en concentreert zich op zijn tanden. Het duurt niet lang of één voor één vallen de gesmolten stompjes uit zijn muil en nieuwe tanden groeien in de plaats.
Halem: “Waarom toch… Engel… Ik… Zo’n typisch vrouwelijk type… ik… zucht…”
De chimaera stelt zich enkele stappen terug en opent zijn muil. In het midden van de muil begint er zich een donkere bal van energie te vormen die groter en groter wordt. De energiebal verschuift zich van midden in de muil naar buiten de muil, narmate de bal groter wordt. Maar Halem kijkt depressief naar de muren en deuren om hem heen, in plaats van naar de wolf.

Poder, Janos en Junon komen in Poder’s beeldkamer, waar op het middelste, grote scherm het gevecht bezig is tussen Atem en de Slaveneter. Maar van het moment Poder de deur opent, hoort het drietal een alarmsignaal afgaan met de tekst “Kritisch niveau ondode energie” die op alle schermen verschijnt. Poder vloekt en snelt naar zijn toetsenbord, waarmee hij de schermen bedient. Hij laat het alarm onderdrukken en laat het gevecht tussen Halen en de wolf op het grote scherm verschijnen, zodat hij een klaarder beeld heeft van de situatie. Junon en Janos gaan op het scherm af. Junon schiet spontaan in de lach als hij de wolf ziet en de groeiende energiebal opmerkt.
Poder: “Maar wat is hier gaande? Ik zie niets speciaal!”
Junon: “Zie je die energiebal niet, Poder?”
Poder: “Energie… wat? Ik zie enkel mijn Dark silverbolt!”
Poder kijkt met argwanende ogen naar de twee Arxenianen.
Janos: “Poder kan dit niet zien, Junon. Hij is geen getrainde vechter.”
Junon: “Oh, laat me dan zeggen dat het alarm komt, omdat je wolf een gigantische energiebal aan het maken is, ook één van de modificaties van heer Ra.”
Poder reageert woest op de uitspraak van Junon.
Poder: “NOG één? Hoeveel van mijn chimaera’s heeft Ra mee zitten knoeien?!”
Junon begint spontaan op zijn vingers te tellen.
Junon: “Even zien, de Angra Mainyu, de vampierwolf, de rots golem, de gremlin en de Rai-ushi. Vijf in totaal, ja.”
Poder: “Oh god, nee. Dat meen je niet.”
Poder buigt zijn hoofd en houdt het vast met zijn linkervingers, terwijl hij zucht. Daarna probeert hij via zijn toetsenbord de beelden van de cellen met de vijf “geavanceerde” monsters naast elkaar te zetten, met het gevecht van Atem in het midden en daarboven het gevecht van Halem met de ondode wolf. Links komt het beeld van een erg grote, razende, donkere stier, met gouden hoorns die oplichten. Deze stier zit voorlopig alleen, omdat niemand in diens cel ging.
Poder: “Rai-ushi is gelukkig alleen. Hij ziet er razend uit.”
Rechts van het centrale beeld komt de cel waar Luna voor het moment is. In die cel valt Luna net op de grond, met haar klapzwaard/lans naast haar. Voor haar staat een groen, harig monster.
Junon: “De Gremlin is bezig een vrouw in elkaar aan het slaan. Ze moet maar beter weten.”
Poder: “Inderdaad. Vrouwen zijn om te kweken, toch niet om te vechten… pfff…”
Janos geeft een kwade blik in de richting van Poder. Hij is alles behalve akkoord met deze uitspraak, maar dat is nu eenmaal Poder’s visie.
Junon: “Maar wat is dat?”
De drie kijken op naar het onderste beeld dat naar voren is gebracht. Op het scherm is niet meer dan een smeulende massa gesmolten steen dat nog een beetje na kreunt.
Poder: “Dat is ruimte C13, met de gefabriceerde Rots Golem… of wat er nog van over schiet.”
Junon: “Dit kan niet. Alle chimaera’s van Ra zijn gezegend met Ra’s kracht… Hoe…?”
De persoon die dit rotsmonster verslagen heeft komt ook in beeld. Het is Owan, met de nog vlammende fenikstand op zijn linkerschouder. Janos kijkt verbaasd op naar deze figuur. Junon snapt het niet en Poder kijkt erg verbaasd naar het resultaat.
Poder: “Die is wel erg snel verslagen! Hij hoorde normaal de grootste defensie te hebben van alle chimaera’s! Hoe… hoe is het dat dit gevecht zo snel is af gelopen?”
Maar Junon en Poder schrikken nog meer op van Janos’ plotse schreeuw van angst. De twee kijken naar links om een lijkbleke Janos naar het middelste scherm te zien staren, met aanwijzende vinger en opengesperde ogen.
Junon: “Janos?”
Janos: “Junon! Kijk hier! Dit! Dit is… dit kan niet!”
Junon kijkt naar het middelste scherm, met het gevecht van Atem en de slaveneter en kijkt met even verbaasde ogen. Poder achtervolgt de blikken van de twee Arxenianen en ziet wat ze zo speciaal vinden (alhoewel hij dit zelf niet zo speciaal vind). Atem is helemaal ondergedompeld in witte strepen op zijn lichaam, die een mystieke figuur weergeven.
Poder: “Da’s raar, die had hij toch niet toen hij met het gevecht begon? En ik zie mijn slaveneter zo iets niet bewerkstelligen.”
Junon: “Dat komt ook niet door schmink of slijm, Poder! Dat is de ultieme, geheime kracht van de Arxenianen.”
Poder: “De wat? Hoe komt dat ik er nog nooit van gehoord heb?”
Janos bekomt wat van zijn angst en probeert te achterhalen hoe dit zou komen. Hij houdt zijn linkerhand aan zijn kin, als teken dat hij nadenkt. Maar zijn open gesperde ogen blijven gefixeerd op het beeld voor hem.
Janos: “Omdat de laatste van alle Arxenianen die dit kon gebruiken Sogurroh Es-Amon was, de verrader!”
Junon: “DIT KAN NIET! Wij zijn de sterkste aller Arxenianen! Hoe kan die bloedverrader de Kaï’Takii?”
Poder: “De Ka-wat?”
Junon: “De Kaï-Takii, zo noemt deze geheime techniek. Hoe zit het met dat plan?! Crass en Goll moeten die bloedverrader zo snel mogelijk oppakken!”
Poder glimlacht, want Junon’s ware toenadering jegens Atem wordt door de Kaï-Takii bloot gesteld. Hij is afgunstig op zijn verre neef. Hij doet echter alsof hij hen gehoorzaamt en drukt het schema van zijn doolhof af en geeft het aan de twee bewakers van Ra. Hierna kijkt hij verder op het grote scherm voor zich hoe Atem steeds sneller zijn slaveneter lijkt te ontwijken. Janos volgt Poder’s geïnteresseerde blik en volgt het gevecht ook op de voet.

Op een bepaald moment blijft Atem stil staan op de grond, zijn blik gericht op de slaveneter. Het monster, duidelijk geïrriteerd door het constant ontwijken van Atem, gaat in duikvlucht op Atem af. Als de slaveneter vlakbij Atem is, tolt Atem snel rond zijn as.
Atem: “Dans der dolken!”
De slaveneter merkt te laat op dat Atem weg getold is en daar maakt Atem gretig gebruik van. Zijn dolkendans houdt in dat, elke keer hij rond zijn eigen as getold heeft, hij zijn dolken snel in het voorbij vliegende lichaam van de slaveneter ploft en weer uittrekt. Hij tolt voort, tot de slaveneter hem voorbij is gevlogen en door de pijn op de grond crasht. Het moment dat het monster op de grond belandt houdt Atem op met tollen. Hij voelt dat hij wat evenwichtsstoornissen heeft door het tollen, maar bijt op zijn tanden.
Atem: “Wow… da’s hevig…”
Atem merkt op dat het monster op de grond ligt te bloeden en te kermen van de pijn.”
Atem (denkt): “Snel, voordat hij zichzelf terug regenereert.”
Atem snelt naar het monster toe. De chimaera ziet Atem afkomen, maar heeft te veel pijn om nog degelijk te kunnen bewegen. Atem maakt met zijn dolken enkele hevige uithalen en hakt de kop van het lichaam van Angra Mainyu. De hakbeweging zorgt ervoor dat de kop met een grote kracht van het lichaam wordt gestoten, naar de andere kant van de cel. Het lichaam van Angra Mainyu geeft finaal de geest en ligt levenloos neer. Op het moment dat Atem het beest als levenloos heeft erkend, steekt hij zijn dolken terug weg. Van het moment zijn handen de dolken los laten, verdwijnen de witte strepen op zijn lichaam spontaan.
Atem: “Eindelijk! Da’s niets te vroeg.”
Atem kijkt even rond naar de mogelijke uitgangen en kiest er één. Hij gaat de deur door, in de gang naar de volgende ruimte.

Van uit Poder’s beeldkamer kijken de twee Arxenianen en Poder verbaasd naar het einde van het gevecht.
Poder: “Wat een finale!”
Poder trekt één wenkbrauw op. Hij geeft het niet graag toe, maar hij is onder de indruk van dit gevecht. Janos kijkt bedenkelijk naar het spektakel, terwijl Junon even moet nadenken eer hij iets kan zeggen.
Junon: “Onmogelijk! Maar zo gracieus! We moeten hem hebben!”
Junon kijkt naar de afdruk van de doolhof en bedenkt hoe Goll & Crass het best zouden lopen. Hij knikt en opent terug een communicatiekanaal naar zijn compagnons.
Junon: “Crass! Goll! Horen jullie mij? Jullie moeten niet binnen gaan waar jullie beneden zijn gevallen. Jullie moeten de kelder hele…”
Crass: “Oh, shit! Dat meen je niet!”
Junon: “Hoezo, dat meen je niet? Ik zei toch dat jullie niet naar binnen mochten eer ik het plan zag?”
Junon kijkt geïrriteerd naar Janos. Deze blijft gefixeerd op het scherm kijken waar daarnet het gevecht was, maar nu enkel nog het kadaver van Angra Mainyu.
Crass: “Sorry, Junon, maar Goll was zo ongeduldig. We zijn een lege kamer binnen gegaan en daarna naar rechts… dat zou normaal gezien nummer 101 moeten zijn, toch?”
Junon: “Idioten! Jullie nemen de moeilijkste weg! Keer om! Nu!”
Even klinkt het stil aan de andere kant, tot Crass vloekt.
Crass: “Sorry, Junon. De deur van waar we komen is gesloten.”
Goll: “En de uitgang?”
Junon: “Die zou rechts van de ingang moeten zijn.”
Goll: “Hierzo?”
Crass: “Nee, Goll! Je andere rechts!”
Junon: “Andere…?”
Junon kijkt naar het plan en schrikt. Hij grijpt zijn oortje vast met zijn rechterhand, hopend dat zijn boodschap over komt.
Junon: “Goll, blijf met je fikken van de deur aan je linkerkant! Da’s Cel C1 met Rai-ushi!”
Als in een paniekreactie trekt Goll zijn hand terug en houdt deze overdreven hoog boven zijn hoofd..
Goll: “Eep!”
Crass: “Je bent toch niet aan de klink gekomen, hoop ik?”

In de cel waar Crass en Goll staan kijkt Crass verontrust naar Goll. Die staat vlak voor een deur die opeens hard vibreert. Grommende geluiden komen van de andere kant van de deur.
Goll: “Nog geen seconde lang. Zou Rai-ushi het gemerkt hebben, denk je?”
Crass rent naar de deur tegenover deze waar Goll staat en trekt er aan. Deze deur is echter potdicht. Crass grijpt naar zijn communicatieoortje met een kwade blik, gericht in de richting van Goll.
Crass: “Verdorie! Junon, we hebben miserie, jongen!”
Junon vloekt van aan de andere kant van het communicatietoestel.
Junon: “De deur aan de overkant van waar je deze ruimte bent binnen gekomen! Lopen! En snel! Eens Rai-ushi menselijk DNA geroken heeft, laat hij jullie niet meer los.”
Crass en Goll rennen naar de aangewezen deur en rennen er door. Eens er doorheen, slaat Goll deze hard terug dicht.
Junon: “Goed, nu snel verder op deze manier! Nu zitten jullie in 116, ga verder naar 115. Daarna is 114.”
Crass: “Hoever moeten we zo rennen?”
Junon: “115 & 116 zijn niet met een uitgang verbonden. Cel 114 wel. En niemand heeft de ingang gebruikt. Jullie kunnen langs daar terug naar buiten, volgens dit plan. Dus rennen, zoveel mogelijk deuren in het slot steken en vooral niet rusten.”
Crass en Goll gehoorzamen Junon en rennen zo snel ze kunnen.

Van uit de beeldkamer van Poder, kijkt laatst genoemde met een grote glimlach naar de duidelijk gefrustreerde Junon.
Poder (denkt): “Ongelooflijk! Hij laat ze dezelfde baan uit lopen als Ricky! Dat betekent een groot gevecht tussen Ricky, die twee slaven van Ra en Rai-ushi… de razende stier. Magnifiek!”
Poder drukt op enkele toetsen op zijn toetsenbord. Het middelste beeld wordt plots dat van de cel waar Raiushi zit. Raiushi is wel degelijk een erg grote, zwarte stier, met grote, goudgele hoorns. De stier rent heen en weer en bonkt tegen de deur die hem naar cel 101 zou leiden, waar Crass en Goll net waren. Poder merkt iets op, op het beeld, en richt zich tot Junon.
Poder: “Die hoorns zijn aangepast bij Raiushi, niet?”
Junon kijkt verbaasd op naar Poder, aangezien die de aanpassing correct geraden heeft.
Junon: “Ja, inderdaad. Waarom vraag je dat?”
Junon voelt zich niet comfortabel met Poder’s vraag en zijn bijhorende sinistere glimlach.
Poder: “Hij heeft een deel gekregen van Ra’s kracht, net zoals jullie tweeën. Ra’s elektrische kracht.”
Junon voelt zich betrapt en Poder merkt dat hij er vlak op zit.
Poder: “Dat maakt het nog interessanter.”

In cel 114 kijkt Ricky verbaasd op. Hij staat in het midden van de kamer, met in zijn rechterhand de col van het hemd van een bont en blauw geslagen über Neo, genaamd Wan’Deré. Ricky’s linkerhand is hoog geheven en ziet er hier en daar blauw en rood uit. Blauw van het vele slaan, rood door het bloed van Wan’Deré. Hij ziet hoe vanuit de deur die hij net genomen heeft om deze ruimte binnen te komen twee Arxenianen naar binnen stormen.
Ricky: “Wat in…?”
Crass: “Huh?”
Goll: “Een Arxeniaan… en een Terraniër?”
Wan’Deré: “Areuh…?”
De vier wezens in de cel kijken elkaar verbaasd aan.
Ricky: “Ik ben Ricky, wie zijn jullie, in hemelsnaam?” (Klinkt beter in het Engels: “I’m Ricky, who the bloody hell are you?”)
De twee kijken verrast naar Ricky. Goll wijst hem aan.
Goll: “Crass! Dat is Bellamont! De rivaal van Poder!”
Crass: “Eh? Dus de reden waarom we tot nu toe niemand zagen in deze cellen…”
Ricky: “Zijn jullie ook verkeerd gelopen?”
Op dat moment valt de ongewone stilte. Crass en Goll kijken met een droge blik naar Ricky.
Ricky: “Oh… nee, dus?”
Een luide knal weerklinkt van ver achter Crass en Goll en verbreekt de stilte. Kort daarna volgt nog een knal. Crass en Goll kijken even angstig achterom en dan naar elkaar.
Crass: “Oh, jee. Rai-ushi is uitgebroken!”
Ricky: “Ra Yoshi?”
Ricky houdt zijn hoofd schuin, niet echt verstaand wat er aan de hand is. Hij beelt zich een figuur in dat deels lijkt op de robot-god Ra en deels lijkt op het nintendo-figuurtje Yoshi. Maar kort daarna weerklinkt nog een harde klank, nu dichter. Crass en Goll rennen weg van de deur, zodat ze niet in de weg staan van het aanstormende monster. Crass naar links van uit Ricky’s zicht en Goll naar rechts.
Ricky: “Wat is hier gaande? Van waar komt dat lawaai? Wie zijn jullie?”
Crass: “Wij zijn Crass…”
Goll: “… en Goll, dienaren van heer Ra! En wij gaan je leven ontnemen.”
De twee Arxenianen nemen een vechtpositie in en houden hun stafwapen op Ricky gericht. Nog een harde knal weerklinkt, nu erg dichtbij. Een luid stierengebrul weerklinkt er gelijktijdig bij.
Crass: “Wel… als Rai-ushi ons niet voor zal zijn, toch.”
Ricky: “Wie is die Ra Yoshi, toch?”
Crass: “Rai-ushi is…”
Maar Crass krijgt geen tijd om zijn zin af te maken. Van tussen Crass en Goll, stormt door de deur een woedende, brullende, groteske stier met grote hoorns. De stier maakt met zijn entree een groteske knal die de deur laat versplinteren in wel honderden kleine stukjes die alle kanten uit vliegen. Crass, Goll en Ricky houden hun armen voor hun ogen, zodoende geen stukken deursplinter in hun ogen te krijgen.
Raiushi: “BRYAAAAAAAAAAAAAAAAH!”
Ricky: “Oh, perfect! Dat had ik net nodig, een woedende stier!”


Volgende keer #173 - De vampierdoder


--------------------


Futuroscoop - 186 - Anita Vs De kerkerkoninging
Laatste update: 28 december 2012

Go to the top of the page
 
+Quote Post
Jack Master Flex
post Dec 25 2009, 03:08 PM
Post #310


Anime fan
*

Group: Advanced members
Posts: 567
Joined: 18-December 04
From: utrecht
Member No.: 53



ik word gek van die autorisation error.

en trouwens ricky is echt een malloot.
maar eenn 3 wegen gevecht kan niet wachten


--------------------


Jack Master Flex - One name. One legend.


VERVELING IS EEN KUNST
en ik ben de kunstenaar
Go to the top of the page
 
+Quote Post
MaJu V.
post Jan 22 2010, 09:03 PM
Post #311


Pervert Mod
***

Group: Super mod
Posts: 2,153
Joined: 18-December 04
From: Vlaanderen
Member No.: 29



Authorisation error? huh.gif

Ja, Ricky kan af en toe ook eens een malloot zijn laugh.gif
Dat is gedrag dat hij van Halem heeft afgekeken. sweatdrop.gif

Omdat ik blijkbaar al twee maand geen nieuw hoofdstuk heb gepost (shame on me blushing.gif ), krijg je nu 2 hoofdstukken voor de prijs van 1. (alles gratis, dus)

Futuroscoop - 173 - De vampierendoder
Het is 20 februari 2737, 13u25. Jim Worchester staat in het moederschip van kolonel Maeght & Marx opgefrist voor kolonel Maeght van het Amerikaanse leger rapport te geven over zijn crash landing met Halem. Eens gedaan, roept de kolonel één van zijn mannen die de communicatie tussen zijn mannen, de Blue Badges en de Arxenianen overwaakt. Zijn naam is Joe Lewis. Hij heeft, zoals de meeste soldaten op missie hier, millimeter kort, zwart haar. Zijn donkere ogen verraden dat hij nogal geënerveerd is over het gene dat hij opvangt op de interne radio’s.
Maeght: “Hoe is de situatie beneden? Zijn de roborollers er nog steeds niet?”
Joe: “Nee, sir. De communicatie met de twee kapiteins is abrupt opgehouden een tiental minuten geleden en in de conflictlocatie zijn ze nog niet toe gekomen.”
Maeght: “Allez, hoe kan dat nu? Die dingen zijn zo zwaar dat ze in een paar seconden toch beneden horen te staan? Hoe kan het nu dat dit al een half uur duurt?”
Joe: “Geen idee, sir.”
Maeght: “Goed. Sergeant Worchester, jij hebt kennis van de roborollers, toch?”
Worchester: “De robo…? Ja, sir! Ik heb ze meer dan een jaar onderhouden, sir!”
Maeght: “Goed! Ga naar de roborollers om te zien wat het probleem is, herstel indien nodig! Roep de mecaniciens op die je nodig hebt, je krijgt carte blanche om die robots operationeel te krijgen.”
Worchester: “Sir, yes, sir!”
Jim glimlacht en rent de ruimte uit, op naar de zaal waar de techniekers van het onderhouds en elektriciteitsteam zitten.

Halem zit depressief in het hoekje van de cel van de ondode wolf te kniezen over het feit dat zijn energiesignatuur dat van een engel is. Achter hem staat de chimaera een grote, duistere energiebal te vormen, gericht op Halem zelf. Halem kijkt niet naar de bal, maar naar de grond, waar hij met zijn rechter wijsvinger cirkeltjes maakt op de vloer. Maar plots voelt hij iets raar, waardoor hij met een schok omkijkt en de energiebal ziet.
Halem: “WAT IN HEMELSNAAM…?!”
Halem springt spontaan recht en kijkt om zich heen om een vluchtweg te vinden. Maar aangezien hij net in een hoek staat en de energiebal al een redelijk volume in neemt, kan hij niet weg lopen of rollen.
Halem: “Hoe heeft die wolf dat zo snel voor elkaar gekregen? Ik heb niets gemerkt in die paar seconden!”
De ondode wolf hapert even met het vormen van de energiebal als hij Halem hoort, vooral aangezien het beest er toch al een tiental minuten mee bezig is. Een typische zweetdruppel van ongeloof verschijnt op zijn voorhoofd als hij Halem voor zich ziet panikeren. Maar de wolf herneemt het vormen van de energiebol door de energie uit zijn ondode lichaam via zijn muil naar buiten te sturen.
Halem probeert rustig te blijven en een plan te verzinnen. Maar dan voelt hij terug dat rare, wat hem deed opkijken van uit zijn depressie. Hij voelt dat het van uit de wolf komt en focust zich op de energiebal.
Halem: “Dat gevoel… Is niet ondood…”
Halem probeert te kenmerken wat het rare gevoel is, dwars door de energiebal heen. De energiewolf vindt de energiebal groot genoeg en vuurt hem op Halem af. Maar Halem, onbewust, wuift zijn hand van rechts naar links om het rare gevoel te ontleden. Hij slaat hierbij, zonder dat hij het zelf beseft, de duistere energie weg. De chimaera schrikt hierdoor en neemt nog een sprong achterwaarts, weg van Halem. Door Halem’s kracht is de energiebal in een donkere damp opgegaan. In zijn rechterhand blijven twee gouden balletjes liggen, die pas opgaan in rook eens de donkere damp verdwenen is. Halem bekijkt het fenomeen en kan dan pas zijn conclusie trekken.
Halem: “Zonne-energie, die cellen activeert.”
De ondode wolf trilt op zijn poten, maar probeert opnieuw een energiebal te maken, deze keer sneller dan voordien.
Halem: “De zonne-energie is vreemd in dit lichaam, hoe kan dit opeens…?”
Halem kijkt terug naar de wolf en ziet de nieuwe energiebal zich vormen. Maar nu merkt Halem het beter op dan voordien. Er zit een gouden gloed in de energiebal. Maar wat in de eerste energiebal maar kleine gouden druppels waren, is nu een grote gouden lijn die constant in vorm toeneemt.
Halem: “Maar zonne-energie en ondode energie gaan niet samen. Ondode energie laat lichaamscellen afsterven en zonne-energie wekt ze tot leven. Voor een normaal mens zou dit regeneratie betekenen… Maar voor een vampierwolf betekent dit alleen maar…”
Halem focust zijn blik op de wolf en merkt op wat hij vermoedde. Het lichaam van de chimaera begint spontaan af te brokkelen in stofdeeltjes. Eerst een klein beetje, maar naar mate de energiebal groeit en de gouden gloed in de bal meer volume in neemt, verdwijnt er meer uit het lichaam van de wolf.
Halem: “Dit monstertje is zichzelf aan het vernietigen, zonder dat hij het zelf door heeft.”
Halem begint medelijden te krijgen met de chimaera en beslist wat hij moet doen om het beest uit zijn lijden te verlossen. Hij zet zijn krachtriem op maximale kracht en voelt de adrenaline in zijn lichaam toenemen. Hij houdt zijn beide armen naar achteren en loopt naar de wolf en de energiebal toe.
Halem: “Huoooooo!”
Eens aan de bal toegekomen, werpt hij zijn beide armen naar voren, geladen met helende energie. De energie komt aan op de energiebal als twee naalden op een gevulde ballon. De energiebal ontploft spontaan door de inmenging van Halem’s energie en spuit alle kanten uit. De duistere energie heeft op Halem geen effect, maar laat op de grond en in de muren van de cel grote sporen van erosie na. De zonne-energie blijft over in het midden, als een kleine gele bal. De chimaera zelf snapt niet echt hoe dit komt.
Halem: “Je bent gemanipuleerd, wezen. Buiten je eigen weten.”
Halem snelt zich tot achter de chimaera en legt zijn helende linkerhand in de nek van het ondode monster. De chimaera geeft een lichte jank, maar valt dan neer op de grond.
Halem: “Moge de heer je genadig zijn.”
Halem houdt zijn linkerhand omhoog, alsof het een geweer was waarmee hij schoot en bekijkt de chimaera op de grond. Het beest lijkt gerust gesteld en verandert spontaan helemaal in as en stof.
Halem: “Mijn vampierdoder werkt effectief goed.”
Halem glimlacht en kijkt rond in de ruimte. Hij denkt even na en neemt dan één van de deuren tegenover de deur waar hij naar binnen is gekomen. Op naar het volgende gevecht. Ondertussen bedenkt hij zich over hoe zeer zijn vampierwapen verbeterd is en denkt terug aan wat hij daarvoor moeten doen heeft.

Het is 15 september 2736, Halem is na zijn ontslag terug aanvaard bij de Blue Badges en zit voor de eerste keer terug in zijn Blue Badge uniform. Het eerste wat hij doet is niet naar Taz gaan, maar naar de controlekamer met de schermen. In de kamer zit, zoals de laatste dagen wel meer gebeurt, Jones Carter. Halem glimlacht breed als hij de deur opent. Jones merkt hem op en kijkt enigszins verbaasd.
Halem: “Aaaah! Jones Carter! De man die ik nodig heb!”
Jones springt van zijn stoel en gaat zo ver mogelijk van Halem weg in de kamer als een spontane reactie.
Halem: “Hé, komaan! Ben ik zo angstaanjagend?”
Jones: “Euh… nee… Maar ik euh… ik probeer voorzichtig te zijn nadat mijn voorganger vermoord is geweest in deze euh… ruimte. Euh, ja, dat is het. Voorzichtig zijn.”
Het is duidelijk dat Jones dit ter plekke verzonnen heeft en het valt Halem dan ook op.
Jones: “Euh… Goed om te horen dat u terug een Blue Badge bent geworden en je rang hersteld is.”
Halem: “Dank je. Maar laat ons to the point komen. Ik heb je skills nogmaals nodig, jongen. Je moet iets terugvinden op die schermen van jou.”
Jones: “Wat dan?”
Halem laat zijn glimlach niet vallen terwijl hij zegt wat hij nodig heeft.
Halem:” Vampiers!”
Jones kijkt enigszins wat verbaasd, maar gaat dan in zijn stoel zitten en neemt zijn universele toetsenbord bij zich.
Jones: “Ik wil gerust proberen, sir. Maar hebt u mijn rapport niet gelezen van de nasleep op Horus’ aanval?”
Halem: “Ik geloof er geen jota van!”
Jones: “Huh?”
Zonder maar ook één seconde te twijfelen ondermijnt Halem het hele rapport van Jones in deze ene zin. Jones kijkt dan ook verdwaasd naar Halem. Die glimlacht terug.
Halem: “Er moeten nog steeds vampiers rond dwalen daar beneden! Ik geloof niet dat ze allemaal in één dag tijd verdwenen zijn!”
Jones: “En toch is het zo. De scanner staat nog steeds aan en hij heeft nog niets gevonden de afgelopen 4 dagen! De vampiers zijn spontaan vertrokken uit de stad na hun nederlaag!”
Halem: “En ik zeg je dat dit onmogelijk is! De vampiers zijn hier honderden jaren gebleven, wat ze ook tegen kwamen! Waarom zouden ze dan plots van mening verandert zijn?”
Jones stelt zich recht en wijst met zijn linkerhand naar het scherm met de scanner op en het zoekresultaat.
Jones: “Kijk dan zelf! Er staat…”
Halem: “Een 3!”
Jones kijkt om met een sarcastische blik, niet gelovend wat Halem hem wijs maakt. Maar dan merkt hij de 3 zelf op.
Jones: “Maar hoe…?”
Halem is blij dat Jones verrast is en denkt snel na.
Halem: “Heb je een draagbare scanner waar die vampierzoeker op staat?”
Jones: “Euh… ja… Maar…”
Halem: “Dan is het beslist! WIJ gaan op vampierjacht!”
Halem poseert stoer en steekt zijn rechterhand vooruit met zijn duim omhoog. Jones kijkt hem ongelovig aan en weet even niet wat zeggen. Hij wijst naar zichzelf en durft bijna niets vragen. Maar dan komt er toch één woord uit zijn mond.
Jones: “… wij?”
Halem: “Jij en ik, ja! Wij!”
Jones’ frank valt en zijn mond valt open van verbazing.
Jones: “EEEEEEEEEEEEEEEEEEEEEEH?!”

Wat later lopen Halem en Jones door de gangen. Halem dolblij dat hij Jones mee heeft, hoewel die loopt te balen. Halem merkt in de verte iemand op die hij direct herkent. Het is Owan, die loopt te bellen met Duchy.
Owan: “Ja, sir. Ik vind het een eer om die uitnodiging te krijgen voor dat toernooi. Ik zou alleszins willen gaan!... Ja, hoor. Ik heb nog verlof genoeg staan om… Hoezo je wilt niet? Maar…? Duchy? Hallo…?”
Owan kijkt naar zijn telefoon, redelijk teleur gesteld.
Owan: “Maak dat mee. Hij heeft toe gelegd.”
Halem: “OWAN! Dé man die ik nodig heb!”
Owan kijkt snel en angstig om naar Halem en Jones. Jones ziet er nogal beteuterd uit, maar Halem heeft een grote, brede glimlach op zijn gezicht. Dat verontrust Owan, waardoor die snel probeert weg te lopen van Halem.
Halem: “Hé, wacht eens! Waarom loopt iedereen plots weg?”
Halem snelt Owan achterna en heeft hem na enkele seconden al vast bij zijn schouder.
Owan: “S… snel!”
Halem: “Luister op zijn minst toch naar wat ik te zeggen heb!”
Owan: “Euh, oké…”
Halem: “Jij gaat met mij mee op vampierjacht!”
Owen: “Euh… nee?”
Halem: “Geen keuze! Je moet mee om een viermansteam te hebben! Taz heeft geen tijd, Tiyo zit op controle en Ricky’s toegang tot Oud New York is opgezegd na zijn klasuitstap.”
Owan voelt al snel dat hij Halem’s volgend keuze is en dat maakt hem niet zo blij.
Owan: “Euh… En Luna? Of Abs! Die zal zeker willen…”
Halem: “Taz heeft beslist dat jij mee moet gaan!”
Owan (denkt): “Hoe heeft hij Taz zo overtuigd? HOE?”
Halem: “… hij gaf direct toe, toen ik zei dat ik Nicolaï en Samon mee wou nemen! HAH!”
Halem lacht luidop en Owan zucht.
Owan: “Jee, omkoperij eerste klas… En hij daar?”
Owan zucht en wijst naar Jones, die er nog steeds even beteuterd bij staat.
Owan: “Jones? Hij is opgeleid als uitkijk, hij mag niet mee tellen als lid van het viermansteam, volgens de regels van de Blue Badges. Hij is dus onze speciale gast!”
Owan: “Speciale… gast… tuurlijk…”
Halem: “Dan is het beslist! Over een uur vertrekken we via de ingang in de kelder! Zorg dat je klaar bent!”
Halem draait zich om en wil triomfantelijk voort gaan. Owan vermoedt dat hij hier niet uit zal raken, maar probeert het toch.
Owan: “Wie heeft er gezegd dat ik mee ging?!”
Halem: “Ik zei het toch al, Taz heeft het beslist! En ik wil die drie vampiers vinden!”
Owan: “Drie vampiers? Waarom dan toch?”
Halem: “Ogima zei dat ik mijn vampierwapen alleen maar kon trainen tegen ondoden, aangezien mijn energie enkel op hen effect heeft.”
Owan denkt even na, maar vind geen mogelijk alternatief voor Halem.
Owan: “Als je dat wilt, is Oud New York de beste trainingsplaats, inderdaad. En je mag Oud New York niet binnen als je met minder dan 4 teamleden bent of als er geen noodsituatie is.”
Halem: “Zie je wel, zie je wel!”
Owan voelt zich niet zo gelukkig dat hij Halem moet gelijk geven.
Owan: “Je hebt Taz wel kunnen overtuigen, maar hoe ga je dat doen met de generaals! Persoonlijke training op deze manier is toch ongeho…”
Halem: “Hier! Lees dit maar!”
Halem schuift een papier voor Owan’s neus, nog voor hij zijn zin kan afmaken. Hij neemt het, leest het, en voelt zich nog slechter.
Owan: “Trainingsfiche voor Samon & Nikolaï? Eerste ervaring met Oud New York? Trainers zijn Halem Dubuosonier en… Owan Duchowney?”
Halem: “Héhéhé! Iedere Blue Badge in training moet de eerste ervaring met Oud New York. Taz weigerde dit te doen…”
Owan kijkt enigszins verveeld boven het trainingsfiche uit naar de nog steeds breed glimlachende Halem.
Owan: “En jij zag een opportuniteit.”
Halem: “Inderdaad! En één van je functies is toch professioneel coach zijn voor beginnende Blue Badges.”
Owan kijkt verbaasd op naar Halem.
Owan: “Maar dat was vóór ik deel uit maakte van Duchy’s team, en dat was samen met Shean!”
Halem haalt een afgedrukt blad uit zijn achterzak en toont het aan Owan. Owan kijkt verbaasd naar het blad, zichzelf herkennend.
Owan: “Dat is mijn profiel van op de intranetsite van de Blue Badges… waarom staat daar nog steeds op dat ik een trainer ben?”
Halem: “Waarschijnlijk omdat die sukkels van de IT afdeling de online profielen maar één maal per jaar updaten… op Nieuwjaarsdag!”
Owan kijkt redelijk kwaad naar het blad, grijpt het, vormt het tot een prop en smijt het achter hem weg. Hij beseft dat hij zichzelf hier niet meer kan uit praten.
Owan: “Zucht… ik ga me klaar maken.”
Halem steekt zijn beide duimen op, gepaard met een glimlach waar hij zijn witte tanden bloot lacht.
Halem: “Super! Wees op tijd!”


Futuroscoop - 174 - Vampieren & Rollerbots

En enkele uren later gaat het team van Halem, Owan, Samon, Nikolaï en hun “speciale gast” Jones via de ingang onderaan de Blue Badge centrale naar Oud New York, in hun Heavy Armor outfit. Jones leidt hen naar de plaats waar de vampiers gesignaleerd werden en na een kwartiertje rond te wandelen, merkt Jones opeens iets op, op zijn scanner.
Jones: “Ze zijn hier, ze komen op ons af!”
Halem: “Ja, ik voel het.”
Samon en Nikolaï kijken verbaasd naar Halem.
Samon: “Je voelt ze?”
Halem: “Ja. Ik weet niet hoe precies, maar ik voel het in mijn huid als er een vampier dichter bij komt.”
Owan: “Dat zijn hun energiesignatuur. Je voelt de ondode energie.”
Jones: “Oh, jee. Dit is niet goed.”
Halem denkt dat Jones het op hem bedoelde en draait zich kort en kwaad om naar Jones.
Halem: “Hoe bedoel je, niet goed?”
Jones: “Er zijn meer dan drie vampiers!”
Halem: “Goed zo! Hoeveel? Vier? Vijf?”
Jones: “Negen tel ik er! Maar hoe? Ik heb er nooit meer gezien op de scanner tot nu!”
Halem: “Dat noemen ze in een spreekwoord: Verwacht het onverwachte.”
De vier Blue Badges nemen hun vechtpositie in rond Jones. Jones voelt zich een beetje hulpeloos. De vier activeren hun klapzwaard en wachten op de vampiers. Die komen inderdaad kort daarna uit hun schuilplaats omdat ze mensenvlees roken. Maar ze schrikken als ze de Blue Badges zien.
Vampier #1: “Ze hebben ons ontdekt!”
Vampier #2: “Raah! En ik dacht eindelijk een lekker hapje mensenvlees te eten, nu de meesteres weg is gegaan!”
Owan en Halem vangen het gesprek op. Halem beseft direct dat de “meesteres” Bellinda is, de ex-collegastudent van Ricky en nu vampierleidster. Halem wil even wachten, om zo meer informatie uit de vampiers te trekken, maar voor Owan of hij iets kunnen zeggen, vliegen Samon en Nikolaï op de vampiers af met geheven zwaarden.
Owan: “Wat? Maar…Wachten!”
Maar de twee luisteren niet en willen zich bewijzen. Met als gevolg dat ze direct overmeesterd worden door de vampiers. Halem loopt op de groep vampiers af.
Halem: “Houd een oog op Jones, ik ga ze helpen.”
Owan knikt, maar houdt zich klaar om Halem te helpen indien nodig. Owan en Jones schrikken dan ook als Halem plots zijn zwaard deactiveert en zijn Heavy Armor deactiveert.
Owan: “Halem! Wat doe je nu?!”
De vampiers zien het en denken dat Halem een gemakkelijker prooi is dan de twee gepantserde, tegenspartelende Blue Badges op de grond. Drie van hen vliegen met uitgestoken tanden naar Halem toe. Halem doet het omgekeerde. Hij steekt zijn handen uit naar de vampiers en grijpt er twee bij de hals. Dan merkt Owan de lichtblauwe energie over Halem’s handen op. De energie is Halem’s helende energie, die tegenwerkt op de ondode cellen van de vampiers. Halem’s handen snijden dan ook dwars door de kelen van de twee vampiers voor hem. De derde vampier houdt stante pede halt in zijn aanloop, zijn blik gefocust op zijn twee kameraden die voor zijn neus in stof op gaan, van top tot teen. Halem draait zich snel naar de derde vampier, met een blik vol concentratie. Hij haalt uit met zijn linkerarm naar de vampier, alsof het een zwaard was. Maar het effect bij de vampier komt ook aan als een zwaard. Een zwarte, diagonale streep blijft op het lichaam achter van de vampier, de richting volgend die Halem gemaakt had met zijn arm. De vampier kijkt verbaasd naar de zwarte streep op zijn lichaam en ziet zijn lichaam rond de regio van de streep in stof op gaan.
Vampier #3: “Wat ben jij voor wezen?”
Halem glimlacht naar de vampier die voor zijn neus helemaal in stof opgaat.
Halem: “Halem Dubuosonier, de ultieme vampierjager.”
Owan (denkt): “Dus daarom wou hij absoluut naar hier komen.”
De andere vampiers zijn verbaasd door wat ze aanschouwen. Een vampier begint er te panikeren.
Vampier #2: “SHIT, man! Eerst de NoMaN dood, dan Bellinda die haar wil doordrijft en nu dit? Waar hebben we dit aan verdiend?”
Halem: “Waar is de rest van de vampiers? Waar is Bellinda?”
Vampier #5: “Als je haar zoekt, ZE IS WEG! Ze is naar de oorlog!”
Owan: “De oorlog?”
Halem: “De godenoorlog?”
Vampier #4: “Maar nee, jij sukkel! De grote oorlog tussen vampiers en weerwolven in de zuiderse staten!”
Owan: “Dat is meer dan een stadslegende?”
Vampier #5: “Tuurlijk! Die oorlog gaat al door sinds het zuiden is overgenomen door de duisternis.”
Halem: “Dank je voor de info, jongens en meisjes. Als cadeau…”
Vampier #2: “Laat je ons gaan?”
Halem snelt tot bij de vampiers die uitleg gaven en gaat met zijn beide handen horizontaal door hun lichamen, ter hoogte van hun hart. En dit vampier per vampier. De laatste vampier van de negen probeert nog weg te vluchten, maar Owan merkt het op en is de vampier te snel af. Hij haalt uit met zijn klapzwaard en doorklieft het lichaam van de vampier. De laatste van de vampiers schreeuwt het uit, maar is dan ook tot stof vergaan. Eens de rust is terug gekeerd, helpen Halem en Owan de twee gevallen Blue Badges recht staan.
Owan: “Alles oké, jullie tweeën?”
Samon: “Euh… Ik denk het toch.”
Nikolaï: “Geen beten hier. Ik denk dat we gerust mogen zijn.”
Owan: “Dan is het goed. Jones, hebben we alle vampiers gevonden, of zijn er nog die zich schuil houden?”
Jones kijkt op zijn scanner en schudt het in de nee-richting.
Jones: “Alles clear. Enkel levende stippen op dit scherm.”
Halem: “Ze kunnen zich natuurlijk dieper in de grond schuil houden.”
Halem draait zich naar de duisternis van waar de vampiers kwamen en maakt zich klaar om dieper te gaan, maar Owan houdt hem tegen bij zijn rechterschouder. Hij kijkt kwaad naar Halem.
Owan: “Halem, het is genoeg geweest. Je kunt je energie perfect controleren om vampiers te doden.”
Halem: “Huh? Maar als we…?”
Owan maakt zich duidelijk kwaad tegenover Halem.
Owan: “Je brengt ons in onnodig gevaar, Halem. Je impulsief gedrag kon evengoed tot de dood van Samon en Nikolaï geleden hebben!”
Halem voelt zich geviseerd en bijt van zich af. Hij schudt Owan’s hand van zijn schouder weg en kijkt hem recht in zijn ogen.
Halem: “Impul… Hé, ze leven nog!”
Owan: “Pacha niet meer! Maar je doet nu net het zelfde als toen der tijd! Toen had je Taz ook geforceerd om hier te komen, en…”
Halem voelt zich ook kwaad worden nu Pacha’s naam gevallen is.
Halem: “Je hoeft mij de les niet te spellen, Owan! Pacha had net evenveel schuld in zijn… in zijn…”
Halem wordt stil als hij terugdenkt aan Pacha en hoe hij er nu uit ziet, als vampier.
Owan: “Spijtig voor jou dat de doden niet meer voor jou willen getuigen, hé? Oh, maar wacht! Dat is waarom je steeds naar vampiers zoekt, nee?”
Het gebekvecht tussen Owan en Halem neemt een hele nieuwe dimensie aan.
Halem: “Wat ben je aan het insinueren?”
Owan: “Je schuldgevoel tegenover Pacha, die nu een vampier is geworden door jouw schuld. Je wilt hem eigenhandig bevrijden van de ondode vloek.”
Halem: “Ik…”
Halem kan zijn zin niet meer af maken en kijkt de andere kant uit. Owan schudt zijn hoofd. Hij beseft waarom ze hier in Oud New York zijn. Het is niet voor Halem’s training, of die van Samon en Nikolaï. Het is voor Halem’s schuldgevoel te verminderen tegenover Pacha.
Owan: “Ik zit er knal op, toch? Helaas zijn wij er niet voor je persoonlijk gewin. We gaan terug, nu!”
Halem kan niet anders dan Owan te volgen. Nikolaï, Samon en Jones volgen hen ook. Nikolaï fluistert in Samon’s oor.
Nikolaï: “Wie is die Pacha?”
Samon: “Volgens wat ik hoor een jeugdvriend van Halem, Tiyo & Luna. Hij is gevangen genomen door de vampiers en… is één van hen geworden.”
De twee worden even stil en kijken naar Halem.
Nikolaï: “Oh… En Halem werd verantwoordelijk geacht voor dit ongeluk?”
Samon: “Zo gaan de geruchten, toch.”
Owan komt opeens naar de twee toe en legt zijn handen op die hun schouders.
Owan: “En hoe kwamen jullie er in eens op, om die vampiers recht aan te vallen, zonder plan?”
Samon: “Dat was een tip van sir Serong.”
Owan: “Taz? Wat heeft hij gezegd?”
Nikolaï: “Hij gaf ons de tip om de vampiers direct aan te vallen en bij hun nekvel te grijpen. Hoe meer je hen de tijd geeft, hoe gevaarlijker ze worden.”
Owan zucht en realiseert zich dat Taz dit enkel maar gezegd heeft om van de twee jonge kornuiten af te raken, zo snel mogelijk.
Owan: “Ik ga jullie een plezier doen en jullie uit Taz’ team weg schrijven.”
Samon & Nikolaï: “Huh?”
Samon: “Waarom?
Nikolaï: “Maar het is half september. De meeste vacatures zijn reeds ingevuld door pas afgestudeerden! Hoe…?”
Owan: “Alles is beter dan bij Taz blijven voor jullie. Hij laat jullie enkel maar de dood in lopen.”
Owan denkt even na en komt dan met een oplossing.
Owan: “Ik heb gehoord dat kolonel Fearsome nog mensen zoekt voor een project. Ik zal jullie proberen daar bij in te schrijven. Dat zal alleszins een stuk veiliger zijn voor jullie dan rond Taz en Halem blijven hangen.”
Owan zal later nog spijt hebben van wat hij nu tegen de twee jonge Blue Badges zei.
Voor de drie pratende Blue Badges wandelen een mopperende Halem en Jones naast elkaar.
Jones: “Sir, wat de andere luitenant daar moge zeggen, dit was een toffe uitstap! Ik heb me nog nooit zo… vol adrenaline gevoeld.”
Halem kijkt opeens op, met een glimlach.
Halem: “Ja?”
Jones: “Moest je me nog ooit nodig hebben, je weet me zitten.”
Halem lacht stil en klopt op Jones’ schouder, vriendelijk.
Halem: “Dat zal ik onthouden, Jones. Dat zal ik onthouden.”

Terug in 2737, in de doolhof van Poder, wandelt Halem verder, kijkend naar zijn handen.
Halem (denkt): “Daarna had Ogima me maar aangeraden om mijn algemene conditie te trainen en geneeskunde te leren…”
Halem kijkt nogal dwaas voor zich uit.
Halem: “Misschien had ik dat leren wel beter gedaan…”
Halem heft zijn schouders op en gaat verder.
Halem: “Meh, we zien wel.”

In het moederschip van kolonel Maeght van het leger, snelt Jim Worchester door de hallen, samen met enkele techniekers. Ze zijn op weg naar de roborollers, waar de kapiteins Maessen en Roels normaal gezien zouden moeten zijn. Na even lopen, passeren ze aan de openstaande opslagplaats van de roborollers. Het team techniekers van 5 man, samen met Jim, kijken even binnen, maar als ze merken dat er niemand meer aanwezig is, rennen ze verder in diezelfde gan.
Worchester: “Wat is hier gebeurd? Waar zijn ze naar toe?”
Na even lopen, horen ze stemmen, ver weg. Het gesprek zelf klinkt als een ruzie. Hoe dichter bij ze komen, hoe meer ze de stemmen herkennen als de bikkelende kapiteins. Achter de laatste bocht in de gangen van het moederschip zien ze dan ook de 8 Roborollers staan, mooi aanschuivend tegenover een mensen- en goederenlift.
Roels: “Maar als je een betere oplossing weet dan dit kapot knallen en ons naar beneden laten vallen, mag je het gerust laten weten, hoor! Ik sta open voor commentaar!”
Maessen: “Je zou het zo niet zeggen, met die toon van jou! Ik zeg dat we beter de buitenwand open knallen!”
Worchester: “Eh?”
Roels: “Jouw manier brengt het hele schip in gevaar! Zie je dat dan niet?”
Maessen: “En de jouwe niet, misschien?”
De techniekers en Jim kijken wel heel verbaasd als ze de discussie horen. Jim zucht en snelt zich tussen de roborollers door, naar voren.
Maessen: “Maar dat is dan ook waarom je niet aan de kolonel wil rapporteren, hé? Je bent bang dat je visie slecht is!”
Roels: “MIJN visie slecht? Ik wil enkel vooruit gaan en de mensen helpen die onze hulp nodig heben!”
De andere teamleden zitten duidelijk geënerveerd, maar durven niet tussen de twee ruziemakers te komen, aangezien het superieure officieren zijn. Maar dan plots staat Jim op één van de roborollers en fluit hij hard en schril op zijn vingers om de aandacht te trekken. Het schrille geluid wekt zelfs het kleinste kind uit zijn diepste slaap, dus de aandacht van de twee kapiteins heeft hij eensklaps. Er kijken twee kwade blikken snel de kant uit van Jim. Maar de blikken veranderen snel van kwaad naar angstig.
Roels: “Jim?”
Worchester: “Wat zijn jullie in hemelsnaam aan het doen?”
Maessen: “Sir?”
Worchester: “Wat zijn jullie in hemelsnaam aan het doen, SIR?”
Roels: “We beslissen de beste manier om met die roborollers naar beneden te gaan!”
Maessen: “Je ziet zelf dat die personenlift en goederenlift veel te klein zijn voor onze roborollers!”
Worchester: “Ja, duh!”
Maessen: “Dus ik zeg dat we dus de buitenwand er van knallen en langs buiten het moederschip terug belagen!”
Roels: “Idioot! Besef je niet hoeveel weken werk de onderhoudsdiensten gaan hebben om dat te repareren eer we kunnen vertrekken? De lift openblazen en ons naar beneden laten vallen is de enige mogelijkheid!”
Maessen: “Maar als er mensen in die lift zitten, of willen gaan, gaan we doden hebben, dat zie je zo!”
De twee merken elkaars dispuut opnieuw op en beginnen terug te kibbelen. Jim slaat op zijn voorhoofd bij het horen van deze idiotie.
Worchester: “Waarom gebruiken jullie dan niet het centrale valluik? Hoe denk je dat die roborollers zijn binnen geraakt in de eerste plaats?”
Roels: “Eh?”
Maessen: “Centraal… valluik?”
Worchester: “Raaah… Het valluik dat gebruikt wordt om vliegtuigen van de Arxenianen en ons in te laden? Het luik werkt standaard met antizwaartekrachtringen en loopt van de lanceerplaats tot ergens drie of vier verdiepen hier boven ons! Maar als je de boel stil legt, kan je gewoon met de roborollers naar beneden vliegen!”
De twee kapiteins kijken stom verbaasd naar Jim. Ze hadden dit ooit wel eens gehoord, maar hadden er natuurlijk niet aan gedacht.
Maessen: “Oh…”
Roels: “Tjach… euh… Dan zullen we dat maar nemen, zeker?”
Maessen: “Euh… ja, goed idee.”
Jim gromt wat en wijst dan de kant uit van waar ze kwamen.
Worchester: “Neem ons mee en we zullen jullie de weg wijzen.”
De roborollers nemen de techniekers en Jim vast in hun handen en rijden dan snel door de hallen heen, naar de plaats die Jim hen aanwijst, in het midden van het moederschip. Jim stapt er af en gaat naar het controlepaneel naast de poort.
Worchester: “Als ik de poort open, zijn de ringen gedeactiveerd. Als dit gebeurt, spring dan direct naar beneden, twee per twee. Met de boosters die in de voeten van de Roborollers zitten, kunnen jullie de zwaartekracht tegengaan.”
Roels & Maessen: “Oké! Doe maar!”
Jim activeert de poort en deze gaat open. De kapiteins zijn de eerste die in het gat springen met hun roboroller.
Roels: “Geranimoooooooo!”
Maessen:” Yihaaaaaaaa!”
Jim kijkt in het gat, hoe het tweetal al schreeuwend valt en zucht even.
Worchester: “Zo ver gaat hun sluiptechnieken.”
Jim kijkt en luistert naar beneden en geeft dan teken aan de volgende twee dat ze in het grote gat mogen springen. Daarna gaan de volgende twee en hierna de laatste twee. Jim kijkt naar beneden als de laatste twee uit het zicht en het gehoor verdwenen zijn. Hij doet het typische saluut-teken dat men in het leger gebruikt.
Jim: “Wel, het ga je goed, jongens! Veel geluk, daar beneden!”

Beneden, op de laagste verdieping, komen de twee kapiteins terecht, al schreeuwend. Hun landing is nogal zacht, omdat de boosters hun val gebroken hebben. Eens geland kijken ze naar elkaar met een grote glimlach.
Roels: “Nu hier weg, voor de rest naar beneden dondert!”
Maessen: “Jup. Hier gaan we!”
Voor de twee iets kunnen doen, opent de grote poort voor hen en zien ze de veldslag tussen de Blue Badges, het leger en de geallieerde Arxenianen langs de ene kant en de vijandelijke Arxenianen aan de andere kant. De twee gaan met hun robots naar voren, terwijl ze hun wapens klaar houden.
Roels: “Oké, idioten! We zijn hier en we zijn zwaar gewapend! Geef jullie over, of jullie worden een goed stuk gatenkaas!”
De twee richten hun wapens op de vijandelijke Arxenianen. Die kijken verbaasd op naar de vreemde robots. Ze hebben in hun leven nog nooit zulke dingen gezien. Het leger had dan ook in het geheim deze roborollers in geladen. Één slaaf van Seth waagt het op te nemen tegen het gevaarte en krijgt direct de volle lading van de twee. Ze schieten hun machinegeweer leeg op de aanvaller en zijn kompanen achter hem. Ondertussen komen achter hen de andere Roborollers toe.
Roels: “Nog één keer! Geef jullie over!”

Seth kijkt stom verbaasd van achter de beeldschermen in zijn moederschip. Hij ontvangt rechtstreekse beelden van waar het gevecht door gaat en herkent de mechanische gedrochten niet. Hij knarst met zijn tanden en denkt snel na.
Seth: “Wat in Ra’s naam is hier gaande…? Zo kunnen we niet winnen! Terugtrekken! Trek terug, die troepen!”
In het moederschip van kolonel Maeght trekken de offensieve Arxenianen zich dan ook terug naar hun eigen moederschip. Ondertussen draait Seth’s denkmolen op volle toeren.
Seth: “Hier moeten er dus ook van deze robots opgeslagen zijn, het kan niet anders. En er zullen er ook in het moederschip van kolonel Fearsome gezeten hebben.”
Seth stelt zich recht en richt zich tot iedereen op het moederschip.
Seth: “Aan iedereen! Op dit ruimteschip zitten ergens robots verborgen! Vind ze! De eerste die ze vindt, krijgt na deze veldslag een beloning om trots op te zijn!”
Een gejuich klinkt over het gehele schip. De slaven van Seth die niet aan het terugtrekken zijn, beginnen als gekken te zoeken naar de ruimte die de rollerbots zou kunnen herbergen.
Seth: “Wacht maar, Terraniërs! Wie met vuur speelt, zal op de blaren zitten!”


Volgende keer het 3-way fight tussen Ra's Neo's, de elektrische stier Rai-Ushi & Ricky
Futuroscoop - 175 - Ra's schokkende kracht Deel 1 - Shock of the Lightning


--------------------


Futuroscoop - 186 - Anita Vs De kerkerkoninging
Laatste update: 28 december 2012

Go to the top of the page
 
+Quote Post
Jack Master Flex
post Jan 31 2010, 01:35 AM
Post #312


Anime fan
*

Group: Advanced members
Posts: 567
Joined: 18-December 04
From: utrecht
Member No.: 53



owwww eindelijk tongue.gif

erg leuk die flashback van halem
heb er van genoten


--------------------


Jack Master Flex - One name. One legend.


VERVELING IS EEN KUNST
en ik ben de kunstenaar
Go to the top of the page
 
+Quote Post
MaJu V.
post Feb 7 2010, 09:38 PM
Post #313


Pervert Mod
***

Group: Super mod
Posts: 2,153
Joined: 18-December 04
From: Vlaanderen
Member No.: 29



Dank je voor de comment smile.gif

Bij deze het volgende hoofdstuk

Futuroscoop - 175 - Ra's schokkende kracht Deel 1 - Shock of the Lightning
Het is 20 februari 2737, 13u25. In Poder’s doolhof-kerker staat Ricky oog in oog met zowel twee van (de echte) Ra’s elite Neo’s en één van Poder’s chimaera creaturen. Rai-ushi, de razende stier met glimmende, gouden hoorns en een grote bloedlust. Hoewel de stier er als een doodnormale, zwarte stier uit ziet (op het feit na dat hij gouden hoorns heeft), heeft hij enkele extra DNA’s in zijn lichaam lopen. Ondermeer zitten de DNA eigenschappen van de bloedhond en een pitbull terriër in deze stier verwerkt. Dit om van Rai-ushi een ultieme jager te maken die zijn prooi niet lost tot hij dood is. Het is net die eigenschap die Ra’s elite Neo’s Crass en Goll de schrik aan jaagt. Voeg daarbij dat Ra de chimaera heeft geüpgrade met elektrische krachten en het monster lijkt onverslaanbaar. De razende stier heeft zijn jachtinstinct gezet op Goll en is daardoor in de ruimte terecht gekomen waar ook Ricky zich bevindt.
Rai-ushi: “BRAAAAAAAAAAAAAAAAH!”
Ricky (sarcastisch): “Oh, perfect! Dat had ik net nodig, een woedende stier!”
De stier wil zijn hoorns op Goll richten, waardoor die zover mogelijk in de hoek van de ruimte kruipt, voor zover er hoeken zijn in deze 16-hoekvormige cel. Maar de stier heeft om de een of andere reden meer interesse in Ricky. Hij stampt met zijn hoeven ter plaatse en kijkt Ricky aan met een razende blik. Ricky kijkt de stier in zijn plaats uitdagend aan.
Ricky: “Oh, wil je toreador spelen?”
Raiushi: “BRAAAAAAAAH!”
De stier rent met geheven hoorns op Ricky af. Die houdt de “uber”-neo Wan’Déré voor zich uit alsof het een rode lap was. De halfbewusteloze Arxeniaan ziet de woeste stier en zijn mond valt open van verbazing. Hij kijkt met een schok naar Ricky, maar die negeert hem compleet.
Wan’Déré: “NEEEEEEEEE!”
De schreeuw geeft voor Rai-Ushi het startsein om op Ricky en Wan’Déré af te lopen.
Ricky: "Olé!"
Ricky probeert de Arxeniaan op te trekken alsof hij een lap stof was, maar Rai-ushi is hem sneller af en grijpt de Arxeniaan tussen zijn hoorns vast en rent door tot hij hem vast klemt tegen de wand van de cel. Ricky kijkt een beetje geschrokken achter hem, naar het beest en de Neo.
Ricky: “Woops, dat was niet gepland.”
Crass rent naar Goll en tikt op zijn schouder. Dit is nodig, want Goll zit lijkbleek te kijken naar hoe de woeste stier zijn slachtoffer tegen de muur genageld heeft. Hij beeldt zich in Wan’Déré’s plaats in, en dat boezemt hem grote angst in.
Crass: “Dit is het moment, Goll. Weg hier, voor Rai-ushi van gedachten verandert!”
Goll: “Ik ben dood, ik ben zo dood.”
Crass: “Niet als we je hier weg kr…”
Maar Crass’ aandacht wordt afgeleid door Rai-ushi, die zijn elektrische krachten ten volle toont. Hij schreeuwt woedend en laat zo een groteske hoeveelheid elektriciteit door zijn gouden hoorns lopen, dwars door Wan’Déré heen. De Arxeniaan wordt levend geëlektrocuteerd.
Wan’déré: “HYAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAA!”
Ricky: “B…bliksems… slik…”
Ricky is duidelijk onder de indruk van de elektrisch geladen stier. Crass wacht niet meer en trekt Goll met zich mee, in de richting van waar ze kwamen, in de hoop zo te ontsnappen.
Crass: “Mij kan het niet schelen wat Ra’s orders zijn, ik wil hier weg. En als Rai-ushi Ricky doodt is onze missie meer dan geslaagd.”
Goll: “Oh, bij Ra… oh, mijn god… oh Ra…”
Rai’Ushi trekt zijn hoorns van de wand weg en laat het stoffelijke, zwartgeblakerde overschot van Wan’Déré op de grond vallen en richt zijn blik nu op Ricky. Ricky twijfelt geen seconde en activeert zijn laser-klapzwaard, de Icebreaker. Hij wuift met zijn linkerhand naar Raiushi met zijn handpalm naar zich gericht, de stier uitdagend.
Ricky: “Kom maar op, jij.”
De stier gaat de uitdaging aan en rent op Ricky af. Ricky probeert zich snel naast de stier te draaien en als een echte toreador zijn zwaard in het lichaam van de stier te steken. Maar het zwaard ketst te vroeg af, op de hoorns van de stier. Het zwaard snijdt echter niet door de hoorns, maar wordt met grote kracht weg geketst tegen de wand van de ruimte.
Ricky: “Olé…. Oh, nee…”
Raiushi merkt dat zijn tegenstander ontwapend is, draait zich te snel voor Ricky om te reageren en slaat toe met zijn hoorns. De elektrisch geladen hoorns raken Ricky’s zijden en geven hem de volle lading van de elektrische energie.
Ricky: “RAAAAAAAAAAAAH!”
Raiushi werpt Ricky langs hem weg en zet zijn ogen nu terug op Crass en Goll. Crass merkt dit op en laat Goll los.
Crass: “Hij heeft ons opgemerkt! Ieder voor zichzelf!”
Goll: “Eh?”
Goll ziet de nog steeds even woeste stier op hem af draven.
Goll: “Eh?”
Goll rolt zijn ogen snel opzij om Crass zich te zien omdraaien, verder weg van hem. Hij heeft wel angst in zijn ogen, maar er komt ook moed, want hij activeert zijn stafwapen.
Goll: “Eh?”
Maar verder kan Goll niets meer zien, dan de stier die nu vlak voor hem staat, met één hoorn dwars door het midden van zijn lichaam geboord. Hij heeft het door zijn paralyserende angst te laat opgemerkt dat de stier hem in gehaald had.
Goll: “Eh…?”
Goll houdt zijn handen aan de plaats waar de hoorn door zijn lichaam heen gaat, niet goed verstaand wat er gebeurt.
Raiushi: “Ryaaaaaaaaah!”
De stier geeft ook Goll de volle lading van zijn elektriciteit. De elektriciteit gaat dwars door Goll’s lichaam heen en vermengt zich met diens bloed, dat direct begint te geleiden en te koken.
Goll: “REEEEEEEEEEEEH!”
Crass: “Goll, nee!”

Van uit Poder’s controlepost kijken Poder, Janon en Junos naar het tafereel. Janon en Junos zijn geschrokken van het feit dat Crass geraakt is door de stier en voor hun ogen aan het sterven is. Poder is eerder onder de indruk dat Ricky voluit geraakt is door de stier.
Poder: “Getverde… Die domme creatie van Ra!”
Junon: “RA’s creatie? De jouwe bedoel je zeker? Ra heeft Rai-ushi enkel maar elektrische krachten gegeven! Het idee om er jachthonden en bloedhonden in te vermengen was helemaal jouw idee!”
Janos neemt Crass’ communicatietoestelletje en geeft zelf orders aan Crass.
Janos: “Crass! Blijf waar je bent en vecht terug! Ben je een krijger van Ra, of één van Seth, verdorie?!”
Janos voelt de zweetdruppels over zijn hoofd lopen. Hij beseft zelf wel dat dit een moeilijk gevecht gaat worden voor Crass, zowel tegen Ricky als tegen Rai-ushi.

Ricky voelt de klap die de stier hem gegeven heeft toen die hem weg wierp, langs de kant van de cel. Hij krabbelt zichzelf bijeen en stelt zich recht, enkel om zich te realiseren dat hij niet meer in de cel is, maar in zijn eigen onderbewustzijn, naast de kooi die Il Nostra gevangen houdt.
Ricky: “Oh, jee. Ben ik dood?”
Naast hem begint het wezen in de kooi te bulderen van het lachen.
Il Nostra: “Bwahahaaaaaaa. Tuurlijk niet! Je dacht toch niet van die elektrische energie te sterven?!”
Ricky controleert zijn hele lichaam en merkt niets op, wat hij net vreemd vind. Hij had er op zijn minst zwart geblakerd moeten uitzien.
Ricky: “Er ging alleszins genoeg door mij… Hé, heb jij me hier laten komen?”
Ricky gaat tot bij de cel en bekijkt de gigantische, vormloze, donkergroene massa van energie, waar een duister gezicht uit verschijnt dat lijkt aan dat van een gigantische jakhals.
Il Nostra: “Je bent zelf tot hier gekomen, ik heb er niets mee te maken!”
Ricky: “Hoe komt het dan dat ik niet dood ben? Ben jij me aan het regenereren?”
Il Nostra: “Cho-Sin kon je regenereren en je hebt die krachten geërfd van hem. Ik kan je dat helaas niet aanbieden. Het is wel handig dat je dit nu ook kan, nu blijf je langer leven!”
Ricky: “Maar dan… hoe? Hoe komt het dat die Neo in rook was op gegaan en ik niet?”
Il Nostra: “Idioot! Ken je dan de eigen krachten van je bewaker niet?”
Ricky: “Jij? Krachten?”
Il Nostra: “Idioot! Ik zei je net dat ik hier niets mee te maken heb!”
Ricky: “Cho-Sin? Maar hij heeft windenergie en regenererende krachten, geen elektrische energie, voor zover ik weet.”
Il Nostra: “Idioot! Weet…”
Ricky: “Hé, kan je eens ophouden met mij uit te maken!”
Il Nostra: “Idioot! Dat bedoel ik ni…”
Ricky: “Kijk eens naar jezelf! De pot verwijt de ketel!”
Il Nostra: “Ach hou toch eens je klep en stop met mij te enerveren!”
Ricky stopt even met praten, niet beseffende dat hij weer eens bezig was.
Ricky: “Sorry, macht der gewoonte.”
Il Nostra: “Ik noemde je idioot, omdat je vergeten bent dat Cho-Sin pas vanaf je 8e of 9e levensjaar in je lichaam is gekomen.”
Ricky wrijft aan zijn kin met zijn linkerhand, nadenkend.
Ricky: “Oh, ja. Dat is waar. Hij heeft daar iets van gezegd… in de loop der… maanden… dat ik helaas vergeten ben.”
Het gezicht van de jakhals achter de tralies kijkt nogal geënerveerd naar Ricky.
Il Nostra: “Mugh… Idioot. Onthoud dan op zijn minst de dingen die belangrijk zijn!”
Ricky: “Vertel.”
Il Nostra: “De bewaker die mij moest bewaken, in de plaats van Cho-Sin. Die eeuwige nachtmerrie van jou van op de luchthaven.”
Ricky ploft zijn rechtervuist in de palm van zijn linkerhand.
Ricky: “Oh ja, ik herinner me het weer. De originele bewaker was toen met Cho-Sin gewisseld! Maar wie of wat was die bewaker?”
Il Nostra: “Wakinyan, de legendarische dondervogel!”
Ricky: “… wa-wi-wat? Dondervogel? Die bestaat echt?”
De jakhalskop krijgt een symbolische zweetdruppel op zijn hoofd.
Il Nostra: “Zucht… ik geef op. Elk duister wezen heeft een bewaker nodig.”
Ricky voelt dat Il Nostra vrijgevig is geworden met informatie en beslist er meer te vragen, op zijn manier.
Ricky: “Oh!... Dus die Waki-waki…”
Il Nostra begint duidelijk zijn geduld met Ricky te verliezen en hij gromt naar hem.
Il Nostra: “WAKINYAN!”
Ricky:” Ja, die dus. Hij is jouw bewaker. Wie is de bewaker van Djinn & Shenrong?”
Il Nostra kijkt plots verbaasd naar Ricky.
Il Nostra: “Van waar ken je die namen?”
Ricky: “Jij hebt die van Djinn al eerder vernoemt.”
Il Nosttra: “Inderdaad, maar ik dacht nog nooit die van Shenrong. Hoe…?”
Ricky: “Hah! Mijn geheim!”
Il Nostra: “Hoe kan je dat weten? Ik zie alles door jouw lichaam… Behalve…”
Ricky houdt zijn blufpoker vol, niet verstaand dat Il Nostra onwetendheid uitstraalt uit zijn groene kop.
Ricky (denkt): “Dat dacht ik eigenlijk ook. Hoe komt het dat hij niet weet dat Myrianne het me gezegd had?”
Il Nostra: “Dit moet ik verder onderzoeken. Ik heb een gat in mijn geheugen, blijkbaar.”
Ricky: “Wie zijn de bewakers van Djinn en Shenrong?”
Il Nostra bekomt van zijn bekommernis en richt zich terug tot Ricky/
Il Nostra: “Feniks en Alkonost. Meer zeg ik niet meer. Ik heb net iets gehoord wat met tot nadenken stemt…”
Ricky kijkt half tevreden, half teleur gesteld naar Il Nostra.
Ricky: “Wat is een Alkonost?”
Il Nostra: “Verdwijn. Ik moet nadenken.”
Ricky: “Vertel me op zijn minst hoe het komt dat die dondervogel invloed op me had!”
Il Nostra: “Voel je dat dan zelf niet, idioot? Je bent immuun voor elektriciteit! Een nulgeleider!”
Ricky staat met verstomming geslagen, omdat hij het eigenlijk zelf had kunnen concluderen uit de voorgaande antwoorden van Il Nostra.
Ricky: “Oh! Dat verklaart… Dat verklaart eigenlijk veel.”
Ricky denkt terug aan de vele gevallen toen hij jong was en met een open liggend stopcontact speelde, zonder ook maar iets te voelen. Hij had vele keren in de elektriciteitstransformator van zijn dorp gespeeld, zonder ook maar één keer geëlektrocuteerd te worden, terwijl hij achteraf wel door zijn moeder werd terecht gewezen. Ook herinnert hij zich die keer dat Poder hem probeerde te verlammen met een taser geweer… waar achteraf van bleek dat het helemaal geen effect op Ricky had.
Il Nostra: “Je bent echt een idioot dat je dit nog nooit door had.”
Ricky heft zijn schouders op.
Ricky: “Het was voor mij de normaalste zaak van de wereld, hoe kon ik het door hebben?”
Il Nostra: “Zucht, typisch voor jou.”
Ricky voelt dat dit gesprek met Il Nostra geen verder nut meer biedt en denkt na hoe hij hier weg raakt. Hij sluit zijn ogen.
Ricky: “Oké, nu… weg hier… terug naar de Neo’s… weg hier… weg…”

Als hij zijn ogen terug opent, ligt hij op de grond in de cel met Rai-Ushi en de menselijke restanten van Goll en Wan’Déré. Rai’Ushi staart naar Ricky’s lichaam. Het beest is duidelijk verbaasd over het feit dat Ricky niet zwartgeblakerd is. Ricky staart hem terug aan met een nogal groene glimlach.
Ricky (denkt): “Slik… Oké, laten we terug gaan naar Il Nostra. Terug naar Il Nostra…”
Rai-ushi: “BRAAAAAAAAAAAAAAAAH!”


Wordt vervolgd in #176 - Ra's schokkende kracht Deel 2 - 3 Strikes


--------------------


Futuroscoop - 186 - Anita Vs De kerkerkoninging
Laatste update: 28 december 2012

Go to the top of the page
 
+Quote Post
Jack Master Flex
post Feb 15 2010, 12:57 PM
Post #314


Anime fan
*

Group: Advanced members
Posts: 567
Joined: 18-December 04
From: utrecht
Member No.: 53



V, ik heb een probleem.
begin de zelfde hoeveelheid text alsmaar korter vinden.

zodra ik er klaar mee ben, (met het lezen)
is het zo van omg ik moet weer wachten tongue.gif


maar goed geschreven, leuk dat nostra weer zijn koppie liet zijn.


--------------------


Jack Master Flex - One name. One legend.


VERVELING IS EEN KUNST
en ik ben de kunstenaar
Go to the top of the page
 
+Quote Post
MaJu V.
post Feb 16 2010, 10:54 PM
Post #315


Pervert Mod
***

Group: Super mod
Posts: 2,153
Joined: 18-December 04
From: Vlaanderen
Member No.: 29



Dat is altijd het nadeel als het spannend wordt tongue.gif

Echt spannende hoofdstukken vind ik dan ook, dat ik aan één stuk moet doorschrijven. Gewoon, omdat de vibe er dan in blijft.

Futuroscoop - 176 - Ra's schokkende kracht Deel 2 - Drie Strikes

Als Ricky zijn ogen terug opent, ligt hij op de grond in de cel met Rai-Ushi en de menselijke restanten van Goll en Wan’Déré. Rai’Ushi staart naar Ricky’s lichaam. Het beest is duidelijk verbaasd over het feit dat Ricky niet zwartgeblakerd is, maar hem ligt aan te staren met een nogal groene glimlach.
Ricky (denkt): “Slik… Oké, laten we terug gaan naar Il Nostra. Terug naar Il Nostra…”
Rai-Ushi: "BRAAAAAAAAAAAAH!"
Maar Ricky krijgt geen tijdsverlenging meer. De woeste stier probeert Ricky te steken met zijn elektrisch geladen hoorns. Ricky kan maar net op tijd weg rollen en rechtop springen.
Ricky: “Jaiks! Dat was nipt!”
Maar het jachthondinstinct dat geïntegreerd werd in Rai-ushi, zorgt ervoor dat de stier Ricky blijft achtervolgen, sneller dan Ricky kan weg rennen. Crass houdt, van in de hall naast deze cel, een blik op de stier en Ricky met zijn stafwapen in aanvalspositie.
Crass: “Mooi, zo. Blijf jullie bezig houden. Dan kan ik jullie af knallen.”
Rai-ushi probeert Ricky te prikken met zijn hoorns, maar Ricky kan dit gelukkig keer op keer ontwijken. Dit tot Crass plots een goed gemikt schot af vuurt op Ricky.
Ricky: “Aah!”
Het schot raakt hem in zijn zijde. Hierdoor wankelt Ricky even en wordt hij genadeloos opgeschept door de woeste stier. Opnieuw probeert het beest Ricky met zijn elektrisch geladen gouden hoorns te elektrocuteren. Maar terug hebben de schokken geen effect op Ricky. Ricky landt achter de stier hard op de grond en tolt rond zijn eigen as. De stier draait zich terug om en kijkt naar zijn slachtoffer. Hij stampt met zijn rechtervoorpoot op de grond en maakt zich klaar om Ricky terug aan te vallen, moest hij terug recht staan.
Crass (denkt): “Waarom wordt hij niet zwart zoals Goll & die andere Arxeniaan? Wat maakt hem zo speciaal?”
Crass probeert zich verscholen te houden voor Rai-ushi, wat voor het moment nog lukt. Hij houdt zijn wapen klaar om zowel te schieten op Rai-ushi en op Ricky. Dan merkt hij de wonde op Ricky’s lichaam op, waar zijn energieschot hem geraakt heeft. Of beter nog, de plaats waar de wonde zou moeten zijn, want deze wonde is verdwenen. Enkel een gat in Ricky’s Heavy Armor en Blue-Badge kledij blijft gapen naar de Arxeniaan. Het duurt niet lang, of Crass trekt zijn conclusies.
Crass (denkt): “Hij regenereert?! Maar hoe…?”

In Poder’s controlekamer kijken Poder, Junon & Janos stomverbaasd naar het tafereel.
Janos: “Hij sterft niet door de elektriciteit!”
Junon: “Dat zie ik.”
Poder: “Ik had een vermoeden, maar dit is grootser dan ik had gedacht.”
Janos: “Hij regenereert ook!”
Junon:” Dat zie ik ook!”
Poder: “Dat heb ik nog nooit eerder gezien!”
Janos: “Wat is hier in hemelsnaam aan de hand?”
Junon is Janos' gezeur beu en richt zijn kwade blik tot deze van Janos.
Junon: “Dat probeer ik zelf door te hebben!”
Junon wordt bloednerveus van Ricky bezig te zien. Poder is ook verbaasd door Ricky’s nieuwe krachten, maar grinnikt ook.
Poder: “Maar het past allemaal… Firikson heeft dezelfde krachten.”
Junon en Janos kijken verbaasd naar Poder bij het horen van deze naam.
Janos:” Firikson…? Wie is Firikson?”
Poder: “Mijn geheim wapen tegen Ricky.
Junon glimlacht even. Hij beseft direct over wie Poder het heeft.
Junon: “Firikson El Ayoon, één van Anubis’ slavenras. Dus hij is je laatste toevoeging aan je Elites?”
Janos is geshockeerd over het feit dat één van Anubis' slaven deel zou uitmaken van Poder's elite bewaker.
Janos: “Een slaaf van Anubis? Één van Poder’s Elite?”
Junon: “De El Ayoon familie staat gekend als de erefamilie van Anubis. En Firikson is buitengewoon sterk… Toch?”
Poder: “Je verbaast me, slaaf. Ik had niet gedacht dat…”
Junon: “Onderschat heer Ra niet, Poder. Ik heb het je al eerder gezegd.”
Janos komt tot bij Junon’s oor, redelijk verontwaardigd.
Janos (fluistert): “Hoe komt het dat JIJ dit weet en ik niet?”
Junon duwt Janos van hem weg in een negerende beweging.
Junon: “Omdat jij je enkel interesseert in Ra’s families.”
Janos voelt zich beledigd, maar beseft dat van Junon zegt, de koude, harde waarheid is.
Poder: “Dit belooft mooi te worden. Laat ons verder kijken.”
De drie richten hun blik terug op het gevecht tussen Rai-Ushi en Ricky.

Ricky krabbelt recht en kijkt naar zijn eigen lichaam, om alles te controleren. Hij merkt op dat zijn krachtriem helemaal zwartgeblakerd en kortgesloten is. Ook al kon de stier Ricky niet elektrocuteren, hij heeft alle elektrische apparatuur op Ricky’s uniform vernield.
Ricky: “Oh, great... Dat voordeel ben ik dus kwijt.”
Rai-Ushi gromt en houdt zich klaar om Ricky terug aan te vallen.
Ricky: “Denk snel, denk snel. Je bent niet snel genoeg om een tegenaanval te doen, je krachtriem is stuk… Wat zit hier nog op dat ik kan gebruiken?”
Ricky tast met zijn handen en gaat alle zakjes van zijn krachtriem af. Hij houdt zijn gsm voor zich uit… Het voorheen lichtblauw getinte multifunctioneel toestel, is nu helemaal zwart en het scherm is volledig gebarsten. Ricky werpt het naar de stier toe, die even verbaasd is, maar er voor de rest niets van voelt.
Ricky: “Jij bent me een nieuwe gsm schuldig! Dat onding is het eerste dat ik met mijn spaargeld hier gekocht heb! En je hebt het vernield!”
Rai-Ushi is niet onder de indruk, stampt met zijn hoeven en gromt hard naar Ricky. Ricky gromt terug.
Rai-Ushi: “BRAAAAAAAH!”
Ricky: “Ja, ik haat je ook!”
Crass kijkt met een dwaas gezicht naar het tweetal in de cel.
Crass (denkt): “Nooit iemand gezien die probeert te discussiëren met een stier…”
Ricky voelt en vindt zijn ijspistool en elektrisch sluitende handboeien. Beiden zijn even kapot als zijn gsm. Ricky gromt als hij de gebroken apparatuur ziet en bekijkt de stier met een geniepige blik. Ook deze twee voorwerpen werpt hij naar de stier. De stier raakt opgehitst door de worpen en laat schuim op zijn lippen zien. Ondertussen is Ricky kwaad naar de stier aan het kijken, terwijl hij de andere zakjes van zijn riem af gaat. Hij vindt een reservebatterij voor zijn gsm, een zwartgeblakerde handleiding voor zijn gsm, een even vernield notaboekje en een doosje waar reservekogels voor zijn ijspistool in zaten. Helaas zijn ook deze kogels vernield door de elektrische schokken van Rai-Ushi. Alles vliegt de richting van Rai-Ushi uit. Deze heeft de repetitieve beweging door en ontwijkt de vliegende objecten met gemak.
Ricky: “Oh, je vind het niet leuk, hè? Wacht maar! Ik heb nog genoeg dingen in mijn riem voor jou! Eens kijken wat ik hier nog…”
Ricky stopt met zijn zin, want naast de zakjes met reservekogels, vindt hij drie groene gelballen.
Ricky: “Eerste-hulp-bel… Daar ben ik niets mee… Of wacht eens…?”
Ricky werpt één van de ballen op en neer in zijn linkerhand, alsof het een baseball is die hij gaat werpen. Crass kijkt geïnteresseerd naar Ricky’s bewegingen.
Crass (denkt): “Wat is hij van plan met die groene bal?”
Rai-Ushi voelt dat Ricky klaar is voor hem en valt hem dan ook aan. Ricky voelt dat hij de stier niet kan ontwijken en laat zich gewillig omhoog werpen door de hoorns van de stier. Maar eens hij door de lucht zweeft, blijft hij even in de lucht hangen om de groene bal naar de kop van Rai-Ushi te werpen. De worp van Ricky is raak en de groene bal plakt zich vast op Rai-Ushi’s kop. De groene bel expandeert zich onmiddellijk. Na het rake schot landt Ricky terug op de grond en doet hij een kleine victoriedans.
Ricky: “Héhé! Strike 1!”
Crass springt recht van verbazing. Dit had hij niet verwacht.
Crass: “Wat in…?”
Ricky glimlacht en pakt een tweede bal uit zijn riem.
Rai-Ushi verstaat niet wat er gebeurt en bonkt met zijn hoofd tegen de muur om de bal te verwijderen.
Ricky: “En hij neemt de bal, houdt zich klaar voor een strikeout en… hij vuurt!”
Ricky werpt de tweede bal en raakt Rai-Ushi op de linkerkant van diens lichaam. Ricky maakt een victorieteken met zijn linkerhand.
Ricky: “Steeeeee-rrrrrrrike 2!”
De groene bal spreidt zich ook hier over het lichaam van de stier en raakt de groene gel die van de stier zijn hoofd komt. Crass kijkt geïnteresseerd naar het tafereel met de stier en ziet hoe de groene bel het lichaam van de stier overneemt. Rai-Ushi probeert de gel met zijn elektrische krachten te verwijderen, maar de groene gel absorbeert alle energie.
Ricky wijst met zijn linker wijsvinger naar de gel, terwijl hij de laatste groene bal uit zijn riem klaar houdt om te werpen.
Ricky: “Doe geen moeite, de groene gel creëert een antizwaartekrachtzone rond je lichaam die je vrijwaart van alle schokken die je kunt krijgen van buitenaf... en van binnenuit!”
Rai-Ushi voelt dat de gel over zijn poten glijdt en hem alle gevoel weg neemt. Hij rent als een dolle heen en weer door de ruimte, maar glijdt uiteindelijk uit door de gel die meer en meer uitbreidt en meer en meer in de weg komt.
Ricky: “Maar maak je geen zorgen. De gel absorbeert de nodige hoeveelheid zuurstof, stikstof en koolstof uit de omgeving om ervoor te zorgen dat je conditie stabiel blijft.”
Ricky doet alsof hij een leraar is die zijn proefkonijn uitlegt waarom hij een test doet. Hij werpt de derde bal naar Rai-Ushi. De stier probeert de worp te vermijden, maar is te weinig mobiel geworden om Ricky’s worp te missen. De derde bal raakt Rai-Ushi op zijn achterste en begint direct aan zijn taak.
Ricky: “Steee-rike 3! You’re OUT!”
De groene gel omringt nu het hele lichaam van de stier en neemt meer en meer plaats in, tot het een grote, groene bel vormt om het hele lichaam van de stier heen. Rai-Ushi protesteert hevig tegen de vreemde omgeving waarin hij terecht gekomen is, maar de groene gel regeert machtig.
Ricky: “Nooit geweten dat die dingen zo handig waren.”
De stier gromt hevig en wil de strijd niet opgeven. Hij straalt zoveel mogelijk elektriciteit af als hij kan, maar raakt simpelweg niet door de groene gel heen.
Ricky: “Probeer zoveel je maar wil. Binnen een paar minuten is de gel opgesteven en raak je in een kunstmatige coma. Enkel de medische apparatuur van de Blue Badges kan je terug bij bewustzijn brengen en die bel openen.”
Ricky lacht luidop en trekt een raar gezicht naar de stier.
Ricky: “Alsof we dat gaan doen met jou? Hah!”

Vanuit Poder’s controlepost kijken Junon, Janos en Poder naar de uitkomst van dit gevecht. Janos is nogal ontgoocheld dat Rai-Ushi zich op deze manier heeft laten vangen. Junon kijkt geïnteresseerd naar Ricky, die volgens hem de goede tactiek heeft gebruikt om te winnen. Poder kijkt stomverbaasd naar de EHBO-bel waarin Rai-Ushi vast zit.
Janos: “Man, wat een anticlimax!”
Junon: “Ja, maar dit spul heeft hem de match laten winnen.”
Poder: “Wat is dat? Waar heeft hij dat vandaan?”
Junon: “Dat ziet er een toepassing uit van nova kristallen, gezien de helder groene kleur.”
Poder: “Ik zie ook wel dat het nova kristallen zijn, maar er groeit helemaal geen nova op aarde!”
Junon: “Oh, dat verandert de zaak.”
Poder: “Hoe komt een aardbewoner aan nova, als er in geen lichtjaren om zijn planeet heen een planeet aanwezig is met nova kristallen? Het is niet logisch?”
Janos: “Vraag het dan aan Ricky als we hem vast hebben.”
Poder: “Goed id… Alsof Crass hem kan vangen!”
Janos: “Crass… of jouw Firikson.”
Poder: “Dat geloof ik al iets meer.”
Poder bekijkt Ricky en gelooft steeds meer dat zijn geheim wapen Ricky zal verslaan. Maar het drietal kijkt op als ze op het scherm zien dat Crass plots naast Ricky staat, zijn rechterarm op Ricky’s schouder leggend.

Crass: “Man, dat heb je goed geklaard!”
Ricky: “Inderdaad, man. Ik denk niet dat we die stier op een andere manier hadden kunnen stoppen.”
Crass: “Nope, ik zie geen andere manier. Wat is dat spul waarin die stier vast zit?”
Ricky: “Dat noemen we een EHBO-bel. Een uitvinding van op aarde om gewonden te transporteren en hun overleven te verzekeren. Naar het schijnt, heeft het al vele mensenlevens gered.”
Crass kijkt wel degelijk onder indruk naar Ricky.
Crass: “Je gebruikt het om mensen te redden? Wauw, ik dacht dat het om vijanden te vangen was.”
Ricky: “De prioriteit van Blue Badges is mensenlevens redden van buitenaardse mogendheden. Niet het vernietigen van elk buitenaards leven. Daarom gebruiken we het op deze manier.”
Crass knikt goedkeurend. Ricky glimlacht terug naar deze beweging.
Crass: “Wij Arxenianen kunnen duidelijk nog wat leren van jullie. Weet jij hoe je deze dingen moet maken?”
Ricky: “Geen flauw idee, jongen. Ze worden en masse ergens in een farmaceutisch bedrijf in New Dakota. Wel, dat heb ik toch eens gelezen op de verpakking.”
Crass: “Interessant. Heer Ra zal geïnteresseerd zijn in deze objecten. Net zoals hij geïnteresseerd zal zijn in jouw mogelijkheid om elektriciteit af te weren.”
Ricky voelt de vragen van de Neo niet meer als vriendschappelijk, maar duidelijk uithorend.
Ricky: “Sorry, maar ik heb geen zin om al onze troeven aan een valse god door te geven.”
Crass: “Ben je mal? Ra is geen valse god! Hij is een echte god! Hij leeft al duizenden jaren lang! Weet je dan niet dat de goden de rechtstreekse nazaten te zijn van Het Eerste Volk?”
Crass laat zijn arm los en neemt wat afstand van Ricky, om hem rechtstreeks aan te kunnen kijken en hem te overtuigen van zijn geloof.
Ricky: “Ieder volk zijn legendes, zal ik maar zeggen.”
Crass: “Maar dit is geen legende, dit is de waarheid. Ra, en alle andere goden met hem zijn geboren in de grote knal die het universum schiep!”
Ricky: “De Oerknal?”
Ricky krijgt spontaan zijn interesse terug en luistert naar Crass.
Crass: “Het Eerste Volk, dat op de gigantische gasbol Ego leefden, zijn door de Grote Knal gestorven, en met hun geesten zijn de goden geschapen! Ze kregen de opdracht van de Creator om over het universum te waken en Ra, onze heer, mocht de goden leiden.”
Ricky voelt enkele vragen beantwoord door Crass’ uitleg en hierdoor glimlacht hij.
Ricky: “Dat verklaart wel veel… Alleen verwarden ze overheersen met overwaken.”
Crass: “Je beledigt onze god met die uitspraak, Terraan!”
Ricky merkt dat Crass zich beledigt voelt door Ricky’s uitspraak, maar houdt zich voor één keer in met zijn tegenstander te enerveren.
Ricky: “Is hij plots toch niet geïnteresseerd in mijn krachten?”
Crass: “Jij hoeft daarvoor toch niet te leven?”
Ricky: “…eh?”
Crass: “Zowel Ra als ikzelf willen je doodgraag opensnijden en elk onderdeeltje apart analyseren. We willen zien welk lichaamsdeel de elektriciteit opvangt of weerstaat.”
Ricky: “Opensnijden?”
Crass: “Ja, je in stukjes snijden en elk lichaamsdeel bestuderen.”
Ricky’s gevoel voor humor en eerder gevormde dwaze glimlach verdwijnen spontaan bij het gedacht dat de Arxeniaan voor hem Ricky wil open snijden. Crass voelt de vijandigheid bij Ricky stijgen en haalt twee kleine toestelletjes uit zijn zakken die lijken op pistolen. Hij draait ze rond zijn handen en richt ze op Ricky.
Crass: “Laat me je deze twee pareltjes introduceren. Deze shooters hebben de krachten van heer Ra geïntegreerd. De linkse hier is van mij, de rechtse van mijn dode collega Goll.”
Ricky kijkt even opzij, naar de zwarte massa die vroeger de Arxeniaan Goll moest voorstellen. Dan kijkt hij terug naar de twee goudkleurige vuurwapens.
Ricky: “Leuk dat je de doden berooft.”
Cras lacht en laat zich niet treiteren. Hij wijst nu naar zijn rechtse vuurwapen.
Crass: “Héhéhé… Met reden. Mijn Shooter heeft de mogelijkheid om elektriciteit af te vuren, maar aangezien dat je toch niet deert…”
Ricky: “Daar heb je gelijk in. Geef het dus maar op.”
Crass: “… heb ik de shooter van Goll genomen. Deze vuurt zonnestralen af.”
Ricky: “…wat? Zonne… stralen?”
Ricky denkt direct terug aan Solnates, het oog van Ra, dat hij in het visioen van de futuroscoopbal heeft gezien.
Ricky: “De geest van de zon!”
Crass: “Als het vuur van de zon je niet levend verbrand, zal de geconcentreerde radioactiviteit het wel doen!”
Ricky steekt zijn hand even op, om een vraag te stellen.
Ricky: “Gaat dat mijn lichaam niet moeilijker maken om te onderzoeken?”
Crass: “Oh, het staat niet op de hoogste stand, wees gerust.”
Ricky fronst zijn wenkbrauwen en gromt even stilletjes.
Ricky: “Dat stelt me niet gerust, geloof me.”
Crass: “Dat hoeft ook niet… Sterf stil en laat me je opensnijden.”
Ricky steekt zijn rechterhand uit naar Crass. Die richt zijn twee vuurwapens op Ricky.
Ricky: “Dat zal niet gebeuren… Jij bent een vijand met wie ik NIET wil vechten. Energiezwaard niveau 5… Materialiseer!”
Crass voelt de dreiging van Ricky’s aanval en wil vuren, maar nog voor hij de trekker kan overhalen van zijn geweren, voelt hij een pijnlijke steek over zijn hele lichaam, met als bron zijn maag. Als hij naar beneden kijkt, ziet hij uit zijn buik een sprankelend licht dat een groot zwaard vormt, met het lemmet een vijftal centimeters buiten zijn lichaam. Aan zijn rug komt de punt van het zwaard. Het hele zwaard heeft Crass doorboord. Crass verstaat niet wat er gebeurt is en kijkt angstig naar Ricky, die nog steeds met uitgestoken hand naar hem wijst. Ricky heeft een neutrale blik op zijn gezicht.
Crass: “Wat in…?”
Ricky: “Tegen een gestoorde vent als jij, houd ik me niet in. En jij hebt mij duidelijk onderschat.”
Crass laat zijn rechterpistool vallen en probeert aan het zwaard te trekken. Maar het zit vast in zijn lichaam. Hoe hard hij ook trekt, het zwaard wil niet bewegen op commando van Crass. Ricky klemt zijn rechterhand en draait het 180 graden zodat de palm van zijn hand nu naar boven wijst. Het energiezwaard volgt dezelfde beweging en draait ook 180 graden rond zijn as, de wonde in Crass’ lichaam open snijdend.
Cras: “RAAAAAAAAAAAAAAAAAAAH!”
Crass kan het niet houden van de pijn en zakt door zijn benen. Hij laat nu ook zijn tweede vuurwapen vallen.
Ricky plooit zijn arm met een schok, tot zijn rechtervuist vlak naast zijn gezicht terecht komt. Het energiezwaard volgt opnieuw dezelfde beweging en rijt zichzelf een baan, dwars door Crass’ lichaam naar boven. Het zwaard klieft de Arxeniaan in tweeën. Het zwaard vliegt recht naar Ricky’s handen en is helemaal doorbloed. Hij kijkt met een vies gezicht naar zijn slachtoffer.
Ricky: “Jammerlijk genoeg heb ik maar één langeafstandszwaard over. Maar ik zou veel meer energie verliezen in een gevecht met deze man.”
Ricky kijkt rond en laat zijn ogen naar de open gebroken deur van Rai-Ushi glijden. Het zwaard in Ricky’s handen verandert terug in energie en verdwijnt spontaan in de lucht.
Ricky: “Het is genoeg geweest met lanterfanten. Op naar Poder.”
Ricky denkt niet na en stampt de deur open die vlak naast de grote groene bel met Rai-Ushi ligt. Hij gunt de stier nog één blik en één zin.
Ricky: “De volgende keer misschien, ben ik klaar voor jou.”
Ricky glimlacht. De stier lijkt te grommen en een klein beetje te bewegen, maar kan niets tegen de kracht van de EHBO-bel beginnen. Binnen in de bel glinsteren kleine vonkjes, die aantonen dat de stier de strijd nog niet heeft opgegeven. Maar Ricky is ondertussen verder gegaan.

Vanuit Poder’s controlezaal, kijkt het drietal stil toe, hoe Ricky uit de cel vertrekt en de dood achter zich laat.
Janos: “Nu is ook Crass dood.”
Poder: “Hoe heeft hij dat gedaan? Ik heb niets gezien buiten wat licht! Was het de force?”
Junon en Janos geven Poder een dwaze blik, na de uitspraak over de force.
Junon: “Het was een energiewapen, Poder. Crass heeft Ricky duidelijk onderschat en hij heeft de ultieme prijs betaald.”
Janon: “Het had me ook kunnen overkomen… Die Ricky… hij is sterker dan gedacht.”
Poder geniet van de overwinning van Ricky, omdat het de twee Arxenianen zo goed als spraakloos heeft gemaakt.
Poder: “Hij is met een reden mijn rivaal, idioten.”
Junon: “Maar hij heeft ons onschatbare informatie bezorgd. Zowel over Ricky als over die groene bellen. Zijn offer is niet voor niets geweest.”
Janos: “Maar we hebben nog steeds die Atem niet gevangen!”
Junon kijkt Poder rechtstreeks aan en haalt zijn neus op.
Junon: “Ik denk dat we dit beter aan Poder over laten. Zijn troepen kunnen hen beiden klein krijgen.”
Janos is niet blij met wat Junon zegt. Junon zelf duidelijk ook niet. Maar Junon voelt dat dit de enige manier is om verder te gaan.
Janos: “Dit kan ik niet pikken! Ik ga niet hier…”
Junon:” Janos! Zwijg en luister! Ik hou ook niet van het idee, maar ik ga niet meer van onze broeders opgeven, zodat ze gedood kunnen worden door stieren en rivalen van Poder! We gaan hier gewoon wachten en zien wat deze doolhof verder oplevert.”
Janos gromt, maar weet niet goed wat zeggen. Hij beseft maar al te goed dat ze door hun eigen inmenging de levens van Crass en Goll zijn kwijt gespeeld.
Junon: “Doe iets nuttig en waarschuw heer Ra dat we hier wat langer zullen blijven dan eerst gedacht.”
Janos: “Ik? Ik moet heer Ra gaan wa…”
Maar opnieuw kan Janos zijn zin niet af maken. Junon’s blik spreekt boekdelen en laat hem zwijgen. Hij draait zich maar en gaat de beeldkamer naar buiten. Poder geniet van het relaas en richt zijn blik naar de schermen voor zich uit.
Poder: “Nu dit achter de rug is, laat ons het geheel opvolgen.”
Junon: “Oké.”


Volgende keer #177 - Berserker Deel 1 - Maffiameid, Moordmeid


--------------------


Futuroscoop - 186 - Anita Vs De kerkerkoninging
Laatste update: 28 december 2012

Go to the top of the page
 
+Quote Post

23 Pages V  « < 19 20 21 22 23 >
Reply to this topicStart new topic
1 User(s) are reading this topic (1 Guests and 0 Anonymous Users)
0 Members:

 



Lo-Fi Version Time is now: 23rd November 2014 - 07:01 AM
DBZ-Media.nl   DBZ-Media.nl & AnimeCorner.nl